Getypte ambtelijke nota / bijlage bij een brief.
Origineel
Getypte ambtelijke nota / bijlage bij een brief. 1 mei 1940. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Behoort bij brief no. 48/15/1 M. d.d. 1 Mei 1940 aan den heer Wethouder voor de levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Aanteekeningen betreffende vestiging ijsbereidplaats koelhuis Centrale Markt.
De groote inrichtingen, die zich met de vervaardiging van consumptieijs bezighouden hetzij als hoofdbedrijf (Davia e.d.), hetzij als nevenbedrijf (groote melkinrichtingen) beschikken reeds over de noodige outillage. Voor hen heeft vestiging in of bij het koelhuis Centrale Markt in het algemeen geen zin. Evenmin is dit het geval met café’s, restaurants, hotels, banketbakkerijen e.d. voor zoover deze nog zelf bereiden en dus niet het ijs van een der bovengenoemde categorieën betrekken.
Voor eventueele vestiging aan de Centrale Markt komen dus vrijwel alleen in aanmerking de voor eigen rekening werkende ijsventers-zelfbereiders.
Voor deze categorie zou dus een centrale bereidplaats moeten worden gesticht.
Een dergelijke inrichting kwam verscheidene jaren geleden door toedoen van den Marktbond "Mercurius" tot stand in de Quellijnstraat maar schijnt een fiasco te zijn geworden.
Het aantal venters-zelfbereiders te Amsterdam zou, volgens inlichtingen van de zijde van den Keuringsdienst voor Waren op ca. 100 moeten worden gesteld.
Het consumptieijs bedrijf is zeer riskant. De omzet wisselt sterk naar gelang van weersomstandigheden. Omzetten van 5 à 10 l. per dag wisselen tot in sommige gevallen 300 à 400 l. per dag!
Het ijsseizoen valt binnen het tijdvak 15 Maart tot 15 October; het zal zich practisch over hoogstens 4 à 5 maanden uitstrekken.
Volgens de thans bestaande voorschriften zou iedere ijsbereider over een ruimte, uitsluitend voor bereidplaats dienende, van 8 m2 moeten beschikken, welke niet in open verbinding staat met andere ruimten. Behalve deze ruimte is nog een ruimte noodig voor het plaatsen (en gereedmaken) van een kar; voor dit doel kan een collectieve ruimte, grenzende aan de bereidlokalen worden gemaakt. Aan het voorschrift dat ieder bereidlokaal moet zijn voorzien van een inrichting om het ijs bij een temperatuur beneden 0° C te kunnen bewaren, kan wellicht worden voldaan door - hetgeen practischer is - het maken van een koelcel voor collectief gebruik. Verder zullen de noodige toiletten e.d. moeten worden ingericht.
Het koelhuis op de Centrale Markt biedt geen gelegenheid tot vestiging. In de open ruimte der ijsfabriek zouden 3 bereidplaatsen kunnen worden gevestigd; gelegenheid tot plaatsing van karren is er echter niet, terwijl tevens de toegang tot deze ruimte voor karren te smal is en niet kan worden verbreed. Verder is op de verdieping van
(Tekst breekt hier af aan de onderzijde van de pagina) * Taal en Spelling: Het document is opgesteld in de toenmalige spelling (vóór de spellingwijziging van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'buigings-n' (den heer, den Directeur) en dubbele klinkers in woorden als 'aanteekeningen' en 'groote'.
* Inhoudelijke kern: De nota onderzoekt of het haalbaar is om voor kleine, zelfstandige ijscomannen (ijsventers-zelfbereiders) een centrale productielocatie in te richten bij de Centrale Markt. De conclusie is negatief: de fysieke ruimte in het bestaande koelhuis is ontoereikend en de toegang is te smal voor de handkarren.
* Bedrijfsvoering: Er wordt een interessant inkijkje gegeven in de economie van de ijsverkoop in 1940. De auteur wijst op de enorme volatiliteit van de omzet (van 5 naar 400 liter per dag), volledig afhankelijk van het weer, en het korte seizoen.
* Regelgeving: Het document noemt specifieke hygiëne- en inrichtingseisen van de Keuringsdienst van Waren, zoals een minimale oppervlakte van 8m² per bereider en strikte scheiding van ruimtes. * Historisch moment: De datum 1 mei 1940 is zeer opmerkelijk; het is exact negen dagen voor de Duitse inval in Nederland. Het document toont de continuïteit van de civiele administratie van Amsterdam aan de vooravond van de bezetting.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar het terrein aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam). De genoemde "Quellijnstraat" ligt in De Pijp, wat destijds een volksbuurt was waar veel kleine ondernemers woonden.
* Sociaal-economisch: Het document illustreert de overgangsfase tussen kleinschalige, ambachtelijke ijsproductie aan huis (die steeds vaker aan banden werd gelegd door strengere hygiëne-eisen) en de opkomst van grootschalige industriële productie door bedrijven zoals Davia. De gemeente probeerde hierin een faciliterende rol te spelen voor de kleine ondernemer, maar stuitte op praktische bezwaren.