Getypt rapport of memorandum (pagina 3).
Origineel
Getypt rapport of memorandum (pagina 3). Verwijst naar een rapport van 9 maart 1937; het document zelf stamt waarschijnlijk uit dezelfde periode (ca. 1937-1938). -3-
zich wat de te verkrijgen huren en andere vergoedingen betreft
bij de huren die de ijsbereiders thans betalen zal moeten aan-
passen en dus vrij zeker met verlies zal moeten werken.
Indien een ijsbereidplaats zou worden gebouwd voor
stel 50 ijsbereiders zou hiervoor noodig zijn minstens 800 m2
grondoppervlakte dit is bijna zoo groot als de grondoppervlakte
welke door het deel van het koelhuis, dat voor bewaring dient,
wordt bezet.
De kosten voor bouw en installatie zullen wel op min-
stens f 50.000,- moeten worden geraamd.
Als plaats van vestiging komt, in verband met de
aansluiting op de koelhuis installatie, de reservestrook gronds
/in aanmerking aansluitende bij en ten Noorden van het koelhuis/. Via den tot
aan de Noordwand van het koelhuis loopende tunnels kunnen dan
pekelbuizen worden gelegd terwijl van het eindpunt der buizen
de pekel, via aan te leggen buizen kan worden gedistribueerd
naar de bereidplaatsen enz. Het heeft namelijk geen zin om
eerst staafijs te maken en dit bij de bereiding van consumptie-
ijs voor koudevoorziening te gebruiken. Wel is er staafijs
noodig voor de karren der venters om het consumptieijs tijdens
het verkoopen koud te houden.
Het is niet gewenscht om voor dit laatste doel de ijs-
fabriek in werking te stellen. Hiervoor zou weer nachtbedrijf
moeten worden ingesteld. Dit brengt mee de aanstelling van
personeel, dat slechts in enkele zomermaanden emplooi heeft.
Buitendien wordt bij het in bedrijfstellen der ijsfabriek de
assurantiepremie met f 1000,- verhoogd. Cijfers ~~koelhuis~~ [handgeschreven: koeling] omtrent
de in bedrijfstelling der ijsfabriek zijn opgenomen in ons
rapport no. 48/10/2 M. d.d. 9 Maart 1937.
Ook al zou men zich zonder meer buiten den seizoentijd
van het voor de ijsfabricage aangestelde personeel kunnen ont-
doen, dan zouden de "productiekosten", aangezien de staafijs-
fabriek wel het grootste deel van den tijd lang niet op volle
capaciteit zal behoeven te werken (cijfers van wat er noodig
is kunnen bij gebrek aan gegevens niet worden bepaald) zeker
boven de f 8,- per ton (zie bovenaangehaald schrijven) komen te
liggen. Het abattoir levert het ijs thans aan den ijshandel
af tegen f 6,- per ton, welke ze tegen f 0,35 per staaf van
25 kg. detailleert. Het is zonder twijfel voordeeliger het
staafijs van de bestaande staafijsfabrieken, bijv. die van het
abattoir, te betrekken en dit aan de consumptieijsbereiders te
leveren, waarvoor, gezien de verhoudingen in het staafijs-
fabricage en - handelsbedrijf, eventueel een modus zou moeten
worden gevonden. * Economische argumentatie: De auteur voert een sterke negatieve zakelijke argumentatie. De huurinkomsten zouden de kosten niet dekken, de investering is hoog (f 50.000,-), en de exploitatiekosten van een eigen ijsfabriek (personeel, verzekering, nachttoeslagen) zijn niet rendabel vergeleken met externe inkoop.
* Technische oplossing: Er wordt een efficiënt plan voorgesteld voor directe koeling via pekelbuizen vanuit het bestaande koelhuis naar de nieuwe werkplaatsen, in plaats van de indirecte en duurdere methode via staafijs.
* Logistiek: Er wordt rekening gehouden met de seizoensgebonden aard van de ijsverkoop en de specifieke behoeften van "venters" (straatverkopers).
* Concurrentiepositie: Er wordt een directe prijsvergelijking gemaakt met het lokale abattoir, dat ijs goedkoper levert (f 6,- per ton) dan de eigen geraamde productiekosten (f 8,- per ton). Dit document biedt een inkijkje in de Nederlandse ijsindustrie en koeltechniek aan het eind van de jaren 30. In deze periode was de consumptie van "consumptie-ijs" (schepijs) in opkomst, maar de koeltechniek was nog gecentraliseerd bij grote instellingen zoals koelhuizen en abattoirs (slachthuizen).
Abattoirs beschikten vaak over grote koelinstallaties voor vlees en produceerden staafijs als bijproduct om aan derden te verkopen. De "venters" die met karren door de straten trokken, waren afhankelijk van dit staafijs om hun handelswaar koud te houden, aangezien mobiele mechanische koeling nog niet bestond. De discussie over "nachtbedrijf" en seizoensarbeid illustreert de uitdagingen van een industrie die extreem afhankelijk was van de zomermaanden. De genoemde bedragen in guldens moeten worden gezien in de context van een tijd waarin een gemiddeld jaarinkomen rond de f 2.000,- lag.