Officieel rapport of ambtelijke nota (pagina 4 van een groter geheel).
Origineel
Officieel rapport of ambtelijke nota (pagina 4 van een groter geheel). -4-
Het is in geen geval aan te raden de ijsfabriek van het koelhuis Centrale Markt in bedrijf te stellen speciaal en uitsluitend ten behoeve van een zoo riskant "seizoen" bedrijf als den straatverkoop van consumptieijs.
Van een eventueele vestiging van een bedrijf als bedoeld zou het koelhuis der Centrale Markt inkomsten kunnen trekken uit de levering van koude in den vorm van pekel en eventueel van den verkoop van het, van elders te betrekken staafijs, gesteld dat er een modus zou zijn te vinden waarbij het bedrijf der Centrale Markt op den voet van ijshandelaar zou kunnen optreden. (Dit laatste is niet zeker. De handelaren in staafijs zullen bezwaar maken tegen verdere inkrimping, door toedoen der Gemeente, van hun toch reeds zoo sterk verminderd debiet, vooral omdat reeds thans het voor de bereiding noodige staafijs aan hun debiet zou ontvallen. Dit laatste beteekent ook voor de staafijs fabrikanten een vermindering van afzet. De bezwaren van de fabrikanten, waaronder het abattoir zouden intusschen nog grooter worden indien de ijsfabriek Centrale Markt ook nog het voor de karren benoodigde ^staafijs ^~~zouden~~ gaan fabriceeren).
Verder zouden de inkomsten bestaan uit huren voor de bereidplaatsen waarin verdisconteerd ~~zou~~ moeten worden het gebruik der outillage (om practische redenen zou het gewenscht zijn ook de afname van koude in een rond bedrag in de huren te verdisconteeren).
Het is wegens gebrek aan gegevens ten eenenmale onmogelijk om de kosten aan te geven welke het bedrijf der Centrale Markt zal moeten maken. Dit hangt ^o.m. en wel in niet geringe mate af van de vraag hoe lang het ijsbereiden in het klein nog zal kunnen worden uitgeoefend. Het is niet denkbeeldig, dat zich te ^eenigertijd omstandigheden zouden voordien die zouden maken, dat het bedrijf van het bereiden in het klein van consumptieijs zou worden verboden. Een andere vraag is of niet te eenigertijd het kleinbedrijf door het grootbedrijf zal worden overvleugeld, zoodat in de plaats van de venters-zelfbereiders, de venters in dienst der groote bedrijven zullen komen.
Hierin schuilen groote risico's die maken, dat een eventueel te bouwen inrichting op korten termijn zou moeten worden afgeschreven.
Bij deze zaak doen zich zoodanige risico's voor, welke door geen enkel onderzoek en geen enkele berekening zijn te achterhalen, dat, nu niet de mogelijkheid bestaat om met betrekkelijk geringe kosten en gebruik makend van reeds aanwezige ruimten, ijsbereidplaatsen c.a. te maken, ~~dat~~ de stichting van * Economische argumentatie: De auteur adviseert negatief over het exclusief inrichten van een ijsfabriek voor de straathandel. De voornaamste redenen zijn de seizoensgebondenheid en de onzekere afzetmarkt.
* Belangenverstrengeling en concurrentie: Er wordt gewaarschuwd voor weerstand van bestaande staafijsfabrikanten (inclusief het gemeentelijk abattoir). Er is angst voor "gemeentelijke concurrentie" die de markt voor private partijen zou verkleinen.
* Structurele onzekerheid: Het rapport signaleert twee grote bedreigingen voor de kleine zelfstandige ijsbereider (de "venter-zelfbereider"):
1. Mogelijke toekomstige verboden op kleinschalige bereiding (waarschijnlijk vanwege hygiënevoorschriften).
2. De opkomst van de industriële grootproductie, waardoor zelfstandige venters loontrekkers zouden worden van grote bedrijven.
* Financiële conclusie: Vanwege deze onzekerheden is de investering te riskant; een korte afschrijvingstermijn zou noodzakelijk zijn, wat de exploitatie financieel onmogelijk maakt als er geen bestaande ruimtes hergebruikt kunnen worden. Dit document past in de vroege 20e-eeuwse discussie over de modernisering van de voedselketen in Nederlandse steden (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de "Centrale Markt"). In deze periode professionaliseerde de gemeente haar toezicht op de volksgezondheid, wat vaak botste met de belangen van kleine ambachtelijke ondernemers en straatverkopers. De verschuiving van "staafijs" (voor koeling) naar fabrieksmatige consumptie-ijs-productie markeert een technologische overgangsfase. De rol van het abattoir als ijsleverancier was gebruikelijk, omdat zij de benodigde koelinstallaties al bezaten voor vleesopslag.