Dienstbrief / Circulaire
Origineel
Dienstbrief / Circulaire 26 oktober 1940 Nº 48/25/13 M. 1940 28/60
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
Telefoon 43321, 43130
Toestellen 483, 568, 569, 576
Aan: Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven in de kantlijn/bij aanhef: mr d (...) H. (...) H.- (...)]
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden
No. 10/46 G.M.B.
Amsterdam, 26 October 1940.
Bijlagen:
De toewijzingen van brandstoffen voor de Gemeentediensten en -instellingen zijn thans ontvangen.
De regeling is als volgt:
Ten name van de Gemeente zijn identiteitsbewijzen uitgereikt, waarop in zes perioden een zekere hoeveelheid brandstof kan worden aangeschaft.
De eerste periode loopt gelijk met de maand October. Van de hoeveelheid brandstof voor deze maand voor de Gemeentediensten beschikbaar gesteld, is afgetrokken de reeds in Juli, Augustus en September aangeschafte brandstof, zoodat in de maand October practisch geen brandstof meer te krijgen is. Daar vrijwel alle diensten en bedrijven over een voorraad, welke ± 20% van het verbruik van verleden jaar bedraagt, beschikken, is dit niet bezwaarlijk. In de maand November zal wederom een hoeveelheid bonnen beschikbaar worden gesteld. Aanvragen om brandstof dienen dan gericht te worden tot den gebruikelijken leverancier, i.c. de Gasfabrieken voor gascokes en het Gemeentemagazijn voor andere brandstoffen. Deze beide bedrijven bepalen ook de te leveren hoeveelheid op grond van het voor de Gemeente in haar geheel beschikbaar gestelde quantum.
Deze regeling geldt uitsluitend voor het brandstofverbruik voor huisbranddoeleinden.
Voor ingeschreven groot-industrieverbruikers blijft de regeling, zooals die thans van kracht is, geldend.
Voor klein-industrie-verbruik van brandstof anders dan voor huisbrand, doch minder dan 240 ton per jaar - is de volgende regeling door de Brandstoffencommissie "Amsterdam" getroffen.
Iedere maand moet de desbetreffende Dienst vóór den 25sten aan mijn Bureau opgeven het geschatte verbruik in de volgende maand. Hierop volgt dan een toewijzing. De aanvragen om toewijzing voor November zijn reeds toegezonden.
[Handgeschreven paraaf linksonder bij rode streep: p.v.d.B.]
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Handtekening: P. de Kruiff]
1000-8-'40 * Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. "October", "zoodat", "Heeren"). De toon is zakelijk en dwingend, passend bij een ambtelijke instructie in oorlogstijd.
* Kern van de boodschap: Er is een strikte rantsoenering van brandstoffen (zoals kolen en cokes) ingevoerd. Voor de maand oktober is er feitelijk geen extra brandstof beschikbaar omdat de voorraden die in de zomer zijn aangelegd, in mindering zijn gebracht op het quotum.
* Controle: Er wordt gewerkt met "identiteitsbewijzen" voor brandstof en specifieke toewijzingsperioden. Diensten moeten hun verbruik vooraf ramen en melden vóór de 25ste van de maand.
* Uitzonderingen: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen huisbrand (verwarming van gebouwen), groot-industrie en klein-industrie. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). Al vrij snel na de inval werd de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen voelbaar. De bezetter voerde een distributiesysteem in om de beschikbare voorraden te beheersen, mede omdat veel kolen naar de Duitse oorlogsindustrie gingen.
Het "Gemeentelijk Materialenbureau" fungeerde hier als coördinator voor de verschillende Amsterdamse stadsdiensten om te zorgen dat de meest essentiële diensten konden blijven draaien ondanks de tekorten. De vermelding dat men nog een reserve van 20% van het voorgaande jaar moet hebben, duidt op een gedwongen soberheid die in de latere oorlogsjaren (met als dieptepunt de Hongerwinter) alleen maar nijpender zou worden. De rode strepen en handgeschreven aantekeningen op het document suggereren dat dit een werkexemplaar was dat binnen een specifieke dienst nauwlettend is opgevolgd.