Handgeschreven concepten voor uitgaande correspondentie (minuten).
Origineel
Handgeschreven concepten voor uitgaande correspondentie (minuten). 12 juli 1940. [Bovenaan het document staan diverse berekeningen en getallen, deels doorgehaald: 8/3000, 400, 1/70, 500]
53/26/3 12/7 - '40
Den Heer R. Kooy.
Naar aanl. van Uw brief van 2 Decber. j.l. en de daarop gevolgde mondelinge besprekingen met mij, moet ik U tot mijn spijt mededeelen, dat een uitbreiding van het aantal overkruiers op de C.M. thans niet mogelijk is. Zoolang er nog benzine is, ~~kan nog geen sprake~~ bestaat er nog geen behoefte aan een nieuwe organisatie van de expeditie van goederen van de C.M., zoodat er voorhands geen ~~gel~~ mogelijkheid bestaat om U op de C.M. aan loonend werk te helpen.
D.D.
[Paraaf]
53/26/4
Weledelgestrengen Heer,
Dr. M. de Hartogh
Naar aanl. van Uw kaart van 2 dezer, deel ik U, ~~ter~~ onder overlegging van een afschrift van mijn desbetreffend schrijven aan Uwen protégé Kooy, mede, dat het mij tot mijn spijt voorhands niet mogelijk is hem aan ~~wel~~ loonend werk te helpen.
Hoogachtend,
(niet de D.D.) [Paraaf]
12/7 '40 Het document bevat twee conceptbrieven die op dezelfde dag zijn opgesteld. De kern van de correspondentie is de afwijzing van een verzoek om werk.
- Terminologie: Met "C.M." wordt de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) bedoeld. De term "overkruiers" verwijst naar de sjouwers of transporteurs die met handkarren goederen verplaatsten op het marktterrein.
- Reden van afwijzing: De afwijzing heeft een opvallende reden: "Zoolang er nog benzine is". Dit wijst erop dat zolang gemotoriseerd transport mogelijk is, er geen behoefte is aan extra handmatige arbeid (overkruiers) voor de distributie. Men hield blijkbaar rekening met een reorganisatie naar meer handmatige arbeid zodra de brandstoftekorten nijpender zouden worden.
- Schrijfproces: In de teksten zijn diverse correcties zichtbaar. De schrijver switcht in de eerste brief van "kan nog geen sprake [zijn]" naar "bestaat er nog geen behoefte". In de tweede brief wordt een "kaart" van Dr. de Hartogh beantwoord, die blijkbaar voor zijn "protégé" Kooy had gepleit. Dit document is geschreven op 12 juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. De context van de vroege bezettingstijd is cruciaal:
- Schaarste: De verwijzing naar de beschikbaarheid van benzine illustreert de beginnende schaarste tijdens de oorlog. Brandstof ging direct "op de bon" of werd gevorderd door de bezetter. De marktleiding hield er rekening mee dat bij een totaal gebrek aan benzine de distributie weer volledig afhankelijk zou worden van menselijke kracht (overkruiers).
- Sociale verhoudingen: De tweede brief aan Dr. M. de Hartogh (waarschijnlijk de bekende Amsterdamse arts en sociaal-democratisch politicus Moerel de Hartogh) toont aan hoe arbeidsbemiddeling in die tijd vaak via persoonlijke en politieke netwerken liep.
- Administratie: De rode nummers duiden op een systematische archivering, waarschijnlijk binnen de gemeentelijke administratie van Amsterdam (Marktwezen). M. de Hartogh R. Kooy Marktwezen