Administratieve archiefkaart of dossierblad (Model No. 14 Algemene Zaken).
Origineel
Administratieve archiefkaart of dossierblad (Model No. 14 Algemene Zaken). [Gedrukte kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 53 / 27 / 1 1940
30/5 - '40.
DOORGEZONDEN:
[Handgeschreven tekst midden-boven:]
oproepen en brief terug
bij 31/5 - 40
[Handgeschreven dossiernummer in rode inkt:]
53 / 27 / 2 M
[Handgeschreven tekst midden-onder:]
heeft vergunning voor een autonummer
van expeditiehuis bij?
bij 10/6 - 40
[Handgeschreven tekst linksonder:]
opberg
bij 10/6 - 40
[Handgeschreven tekst rechtsonder in potlood:]
Exp. kaart no 296
verstrekt op 14/6 '40
D
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratief bijblad dat gebruikt werd voor de opvolging van correspondentie en vergunningen kort na de Duitse inval in Nederland. De chronologie van de data (30/5, 31/5, 10/6 en 14/6 van het jaar 1940) toont een actieve afhandeling van een aanvraag gedurende de eerste maand van de bezetting.
Kernpunten:
* Referentienummers: Het rode nummer "53/27/2 M" duidt op een vervolg of antwoord op het oorspronkelijke dossier "53/27/1".
* Onderwerp: De notities gaan over een vergunning voor een "autonummer" (kenteken of voertuigregistratie) ten behoeve van een "expeditiehuis" (een transport- of logistiek bedrijf).
* Proces: Er is sprake van het oproepen van personen en het terugsturen van een brief. De potloodnotitie onderaan bevestigt de uiteindelijke afgifte van een "Exp. kaart" (mogelijk een expeditie- of exportkaart) op 14 juni 1940. Dit document stamt uit de periode direct na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). In deze vroege fase van de Duitse bezetting bleef het Nederlandse ambtenarenapparaat grotendeels functioneren onder toezicht van de bezetter. Er was een strikte controle op transportmiddelen en logistiek; vrachtwagens en auto's moesten geregistreerd worden en over speciale vergunningen beschikken om te mogen blijven rijden of om brandstof te verkrijgen.
De vermelding van "Algemene Zaken" wijst naar het ministerie dat verantwoordelijk was voor de coördinatie van het algemene regeringsbeleid, wat suggereert dat dit een dossier is van een centrale overheidsinstantie die toezicht hield op essentiële diensten zoals transport en expeditie tijdens de overgang naar een oorlogseconomie.