Dienstbrief / Rapportage.
Origineel
Dienstbrief / Rapportage. 2 januari 1940. Hoofdbureau van Politie te Amsterdam (namens de Hoofdcommissaris: de Commissaris van Politie Toegevoegd voor de Administratie). De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Briefhoofd]
№ 72/1/1 M. 1940 3/1
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM
Dict.Bo./vdT.
Lr.S.Nr.2009 (1939)
Doss. S 1.
AMSTERDAM-C., 2 Januari 1940.
[In omkaderd tekstblok]:
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en
nummer van dit schrijven aan te halen.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven]: uitgek. [of initialen]
[Inhoud]
Ingevolge het schrijven van den Wethouder voor de Levensmiddelen
Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen, Afdeeling L.M.,
nr. 182/1936 dd. 13 Februari 1936, heb ik de eer U te berichten,
dat in de maand November 1939 door het Politiepersoneel 31 pro-
cessen-verbaal terzake van overtreding van de Ventverordening
werden opgemaakt.
[Links in de marge]:
Coll: [paraaf/teken]
7
[Ondertekening]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
De Commissaris van Politie
Toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening: J. Schouwenburg]
[Marginale notitie midden-links]
Gezien
3-1-40
de Maar [?]
[Adressering onderaan]
Aan
den Heer Directeur van het Marktwezen
te AMSTERDAM.
[Rechtsonder handgeschreven letter]: n * Onderwerp: Rapportage van het aantal processen-verbaal (31 stuks) dat in de maand november 1939 door de Amsterdamse politie is opgemaakt wegens overtreding van de Ventverordening.
* Bestuurlijke context: De brief verwijst naar een instructie van de Wethouder voor de Levensmiddelen uit 1936. Dit duidt op een structurele informatie-uitwisseling tussen de politie en de gemeentelijke dienst Marktwezen om toezicht te houden op de straathandel (venten).
* Formulering: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"), typerend voor de vroege 20e eeuw.
* Status: Het document is op 3 januari 1940 (één dag na verzending) door de ontvangende partij "gezien", zoals blijkt uit de handgeschreven kanttekening. Dit document stamt uit de periode van de Nederlandse mobilisatie, enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Ondanks de internationale spanningen draaide de Amsterdamse bureaucratie op volle toeren. De handhaving van de Ventverordening was essentieel voor de ordening van de stad en het beschermen van de reguliere handel. De "Afdeeling L.M." (Levensmiddelen) onder de verantwoordelijke wethouder hield nauwgezet toezicht op wie wat verkocht op straat. Dergelijke kwantitatieve rapportages hielpen de Dienst Marktwezen om het beleid rondom vergunningen en handhaving bij te sturen.