Rapport van de Amsterdamse politie (Marktwezen).
Origineel
Rapport van de Amsterdamse politie (Marktwezen). 4 november 1940. De Inspecteur bij het Marktwezen. Rapport
Op Maandag 4 Nov. 1940 werd aangetroffen
Christianus Wagenaar geb.: 11-1-1920 (dus nog geen
21 jaar) wonende Kochstraat 6 h.s. met een bakfiets
aardappelen groenten en fruit in de Kochstraat.
Deze Wagenaar is door mij 30 juli 1940 ook aangetroffen
(zie rapport van die datum) en nadien naar Duitschland
gegaan.
Thans heeft hij een voorloopige erkenning van de Ned.-
Groenten & Fruitcentrale en heeft daarop 1 Nov. 1940 een
toegangskaart tot de C. Markt gekregen als kooper.
Wagenaar bleek mij bij een controle op die adressen
aan te bellen en te verkoopen, welke hij vooraf had
bewerkt, voortaan hem als groenteman te willen
begunstigen. De ± 30 genoteerde adressen toonde hij
mij, welke hij in een boekje had genoteerd. Het bleken
merendeel familie, kennissen en buurtgenooten te zijn.
Wagenaar heeft geen ventvergunning en kon niet
door mij worden bekeurd.
Wagenaar hoopt door recommandatie gauw een wijk
bij een te hebben.
De geverbaliseerde personen in soortgelijke gevallen
worden uiteindelijk door die kant onheus bejegend.
Wanneer dit soort kooplieden, die toch praktisch
geen afzetgebied, geen toegangskaart tot de C. Markt
wordt gegeven, zou dit de ordening in de straathandel
ten goede komen.
Steeds komen er van b.o. gevallen voor en de ventver-
gunninghouders klagen hier over geregeld. Zij meenen
dat de heele ventvergunning een wassen neus is, als
hieraan niet gedaan kan worden.
Nog zoo’n geval is Adrian C. Daalmeijer. Deze is ook net
zoo begonnen en heeft nu in een korte tijd door zwaar te
concurreren, door recommandatie een meer van de
grootste vaste wijken in Noord gevormd. De groenteman
in die wijk weten dan ook wel niet goed van de
ventverordening te zeggen. Inderdaad hapert er veel
aan, alzoo is de handel als: a.g.f. p.b.k. e.m. en ge-
de brandstoffen en dergelijke. In de slapplanten - haring
en zuurwaren. a.v. visch en ijs enz. komt de ordening
beter tot zijn recht, ofschoon er nog vaste wijken in
zuurwaren, slapplanten en geb. visch bestaan.
Aan Den Heer Amsterdam
Inspecteur 4 Nov. : 1940
bij h Marktwezen.
(getekend)
Dijkstra Dit rapport beschrijft de problematiek rondom de handhaving van ventvergunningen in Amsterdam tijdens de vroege bezettingsjaren. De rapporteur (vermoedelijk een controleur van het Marktwezen) constateert dat Christianus Wagenaar zonder de benodigde papieren groenten en fruit verkoopt.
Wagenaar maakt gebruik van een 'maas in de wet': hij heeft wel een toegangskaart voor de Centrale Markt als koper (via de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale), maar bezit geen ventvergunning voor de straathandel. Hij probeert een klantenkring op te bouwen onder familie en bekenden om zo een "wijk" te claimen. De rapporteur uit zijn frustratie over het feit dat legale vergunninghouders klagen over oneerlijke concurrentie en dat de regelgeving een "wassen neus" wordt als dergelijke 'vrije' handelaren niet effectief kunnen worden aangepakt. Er wordt gepleit voor een strengere koppeling tussen het verlenen van markttoegang en het bezit van een ventvergunning om de "ordening in de straathandel" te herstellen. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bezetter en de Nederlandse bureaucratie streefden naar een strakke regulering van de distributie en economie (de 'ordening'). Dit was noodzakelijk vanwege de toenemende schaarste en het invoeren van het distributiestelsel.
De genoemde "Ned. Groenten & Fruitcentrale" was een orgaan dat tijdens de mobilisatie en bezetting de regie voerde over de handel in levensmiddelen. Het rapport toont de spanning tussen de gevestigde middenstand (vergunninghouders) en nieuwe gelukzoekers of mensen die door de oorlogsomstandigheden (zoals terugkeer uit Duitsland) in de straathandel een inkomen probeerden te vinden. Het taalgebruik is ambtelijk en getuigt van een focus op discipline en economische beheersbaarheid.