Handgeschreven verzoekschrift op briefkaart-formaat.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift op briefkaart-formaat. 18 mei 1940. L. Vreeland. [Links bovenin, in potlood:]
21/102
23/5 '42
[Rechts bovenin:]
A. Dam 18-5-
v. Woustr 40
[Midden:]
M.
gaarne zou ik van u
willen vernemen hoe ik aan-
moet met mijn vergunning
als Petroleum venten
daar ik niet geregeld
kan venten en haast geen
verdiensten heeft zoo was
ik langs deze weg dat uw [doorgehaald: gaarne]
mij eenig uitstel gaf
gaarne zou ik dat uw mij
uitstel gaf daar ik de
kans beloop dat het met
de olie afgeloopen is
zoo noem ik mij U.D. W.D.
L. Vreeland
[Onderaan, stempel en inktnotities:]
Nº 72/42/1 M. 1940 20/5 72 De brief is een verzoek om uitstel van betaling of administratieve coulance met betrekking tot een vergunning voor het venten van petroleum. De schrijver, L. Vreeland, geeft aan dat hij nauwelijks inkomsten heeft omdat hij zijn beroep niet meer regulier kan uitoefenen.
Taalgebruik en vorm:
De brief is geschreven in een beleefd, enigszins formeel maar grammaticaal niet geheel correct Nederlands (bijv. "verdiensten heeft" in plaats van "heb" en "dat uw mij" in plaats van "u"). De afsluiting "U.D. W.D." staat voor Uw Dienstwillige Dienaar, een destijds gebruikelijke formele groet.
Administratieve sporen:
De stempel onderaan met de "M" duidt waarschijnlijk op de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De datum in de stempel (20/5) laat zien dat de brief twee dagen na schrijven is geregistreerd. De potloodnotities uit 1942 suggereren dat het document later in de oorlog nogmaals is geraadpleegd of deel uitmaakte van een langer lopend dossier. De historische context is essentieel voor het begrijpen van dit document:
1. Begin van de Bezetting: De brief is gedateerd op 18 mei 1940, slechts drie dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De chaos van de eerste oorlogsdagen en de onzekerheid over regelgeving spreken uit de tekst.
2. Brandstofschaarste: Direct na de inval werd de distributie van brandstoffen zoals petroleum streng gereguleerd of stopgezet. Voor een petroleumventer betekende dit een onmiddellijk verlies van handel, wat de zin "dat het met de olie afgeloopen is" letterlijk en figuurlijk verklaart.
3. Sociaal-economisch: Het document illustreert de directe impact van de Tweede Wereldoorlog op de kleine zelfstandige in de stad, die zich genoodzaakt zag de overheid om uitstel te smeken vanwege overmacht. A. Dam L. Vreeland Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De brief is een verzoek om uitstel van betaling of administratieve coulance met betrekking tot een vergunning voor het venten van petroleum. De schrijver, L. Vreeland, geeft aan dat hij nauwelijks inkomsten heeft omdat hij zijn beroep niet meer regulier kan uitoefenen.
Taalgebruik en vorm:
De brief is geschreven in een beleefd, enigszins formeel maar grammaticaal niet geheel correct Nederlands (bijv. "verdiensten heeft" in plaats van "heb" en "dat uw mij" in plaats van "u"). De afsluiting "U.D. W.D." staat voor Uw Dienstwillige Dienaar, een destijds gebruikelijke formele groet.
Administratieve sporen:
De stempel onderaan met de "M" duidt waarschijnlijk op de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De datum in de stempel (20/5) laat zien dat de brief twee dagen na schrijven is geregistreerd. De potloodnotities uit 1942 suggereren dat het document later in de oorlog nogmaals is geraadpleegd of deel uitmaakte van een langer lopend dossier.
Historische Context
De historische context is essentieel voor het begrijpen van dit document:
1. Begin van de Bezetting: De brief is gedateerd op 18 mei 1940, slechts drie dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De chaos van de eerste oorlogsdagen en de onzekerheid over regelgeving spreken uit de tekst.
2. Brandstofschaarste: Direct na de inval werd de distributie van brandstoffen zoals petroleum streng gereguleerd of stopgezet. Voor een petroleumventer betekende dit een onmiddellijk verlies van handel, wat de zin "dat het met de olie afgeloopen is" letterlijk en figuurlijk verklaart.
3. Sociaal-economisch: Het document illustreert de directe impact van de Tweede Wereldoorlog op de kleine zelfstandige in de stad, die zich genoodzaakt zag de overheid om uitstel te smeken vanwege overmacht.