Administratieve lijst van openstaande schulden (vorderingen).
Origineel
Administratieve lijst van openstaande schulden (vorderingen). 11 juni 1940 (stempel), met vorderingen berekend tot 8 juni 1940. Nº 85/36/ M. 1940 11/6
371
Schulden Kramenverhuurders
Behalve enkele kleine posten waarvan
er enige intusschen reeds zijn betaald
bedragen de vorderingen per 8 Juni 1940.
B. L. Abram p/a Houttuinen f 4,00- x
D G. Magend p/a Helststr. 19 f 9.00 x
(betaald intusschen f 4,-)
M. J. Brand 1e Anjeliersdwstr. 7 III f 26,71
(betaalt nog steeds f 0.50 per week;
de belasting over de week van 2-8 Juni
bedroeg f 5.02; raakt dus steeds
meer achter)
T X. L.M. Geerlings Alb Cuypstr 143 f 23.93.
JX. J. Gerntse p/a Raad, Vrolikstr 24 f 1.59 x
VX. J.G. Meyer p/a Kemperstr 170 f 3.26
ZX. G. Peen Commelinstr 115 f 6.60 x
TZ. J. Schelvis Waterlooplein 56 heeft bet f 10.23 x
JZ. B. Dubbelies p/a Madurastr 42 f 2.76 x
Ten aanzien van J. Brand
moet mij een voorstel tot
intrekking van de vergunning
wegens wanbetaling worden
gedaan.
[Stempel: 11 JUNI 1940]
[Handgeschreven aantekening rechtsonder:]
Afber. [Afbericht]
zullen betaald worden
2-7-40
deHaer Het document betreft een ambtelijk overzicht van achterstallige betalingen van marktkooplieden of "kramenverhuurders" in Amsterdam. De lijst is opgesteld kort na de Duitse inval in Nederland. De administratie hanteert een strikt overzicht met codes (zoals TX, JX), namen van de schuldenaren, hun adressen en de exacte bedragen in guldens.
Opvallend is de gedetailleerde toelichting bij de heer M.J. Brand. Hoewel hij wekelijks een klein bedrag afbetaalt, is dit onvoldoende om de lopende belastingen te dekken, waardoor zijn schuld feitelijk toeneemt. Dit leidt tot de instructie onderaan het document om zijn vergunning in te trekken. Veel andere posten zijn gemarkeerd met een 'x' of doorgehaald, wat duidt op betaling of afhandeling na de opmaak van de lijst. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam tijdens de vroege dagen van de bezetting. De economische realiteit van kleine zelfstandigen (marktkooplieden) komt hier naar voren; velen hebben moeite om de wekelijkse lasten te dragen.
De geografische context is specifiek de Amsterdamse markthandel, met vermeldingen van de Albert Cuypmarkt en het Waterlooplein. Met name de vermelding van J. Schelvis op het Waterlooplein is historisch relevant, aangezien dit plein het centrum was van de Joodse markt. Hoewel dit document in essentie een fiscaal-administratieve lijst is, vallen deze namen en locaties in een tijdsgewricht waarin de Joodse bevolking kort na deze datum systematisch uit het economische leven zou worden verdreven door de bezetter. De handtekening 'deHaer' wijst waarschijnlijk op een verantwoordelijk ambtenaar van de betreffende gemeentelijke dienst. B. Dubbelies G. Magend G. Peen J. Brand J. Gerntse J. Schelvis J.G. Meyer L. Abram L.M. Geerlings M.J. Brand