Archiefdocument
Origineel
[Links boven:]
Advies op No 015/66/1 M.w.
[Rechts boven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden:]
M.i. bestaat geen bezwaar, dat aan
het verzoek van G. van Hilten, pl. 333 C.a.
wordt tegemoet gekomen.
[Links onder:]
heeft thans een huurkraam
van Marcus; heeft tot
verleden jaar een eigen kar gehad
ging toen met appelen, waarvoor
hij zijn kar niet kon gebruiken
een kar moest huren.
Wil nu weer zijn eigen materiaal
gebruiken. rvd 5/2 '41
[Rechts midden:]
Amst. 21 Jan. '41
[Onleesbare handtekening, mogelijk J. Brouwer]
[Rechts onder:]
Aan G. van Hilten
kan m.i. worden toege-
staan om van zijn eigen
kar gebruik te maken
18-2-'41
Aelten De kern van dit document is een administratieve afhandeling van een praktisch verzoek. Marktkoopman G. van Hilten (standplaats 333) wil niet langer een kraam huren, maar zijn eigen kar weer gebruiken. De reden voor de eerdere huur was dat zijn eigen kar niet geschikt was voor de verkoop van appelen. Nu hij blijkbaar zijn handel of werkwijze aanpast, wil hij terug naar eigen materiaal om kosten te besparen. De ambtenaren (waaronder ene Aelten) adviseren positief op dit verzoek. Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding van de firma Marcus is historisch interessant. Abraham Marcus was een zeer bekende Joodse verhuurder van marktmateriaal in Amsterdam. In de periode dat dit document werd geschreven (januari/februari 1941), nam de druk op Joodse ondernemers door de bezetter snel toe. Hoewel de reden van Van Hilten in dit document puur praktisch van aard lijkt (geschiktheid van het materiaal voor appelen), vonden deze administratieve handelingen plaats vlak voor de Februaristaking (25-26 februari 1941), een kantelpunt in de geschiedenis van bezet Amsterdam. G. van Hilten J. Brouwer Marktwezen
Samenvatting
De kern van dit document is een administratieve afhandeling van een praktisch verzoek. Marktkoopman G. van Hilten (standplaats 333) wil niet langer een kraam huren, maar zijn eigen kar weer gebruiken. De reden voor de eerdere huur was dat zijn eigen kar niet geschikt was voor de verkoop van appelen. Nu hij blijkbaar zijn handel of werkwijze aanpast, wil hij terug naar eigen materiaal om kosten te besparen. De ambtenaren (waaronder ene Aelten) adviseren positief op dit verzoek.
Historische Context
Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding van de firma Marcus is historisch interessant. Abraham Marcus was een zeer bekende Joodse verhuurder van marktmateriaal in Amsterdam. In de periode dat dit document werd geschreven (januari/februari 1941), nam de druk op Joodse ondernemers door de bezetter snel toe. Hoewel de reden van Van Hilten in dit document puur praktisch van aard lijkt (geschiktheid van het materiaal voor appelen), vonden deze administratieve handelingen plaats vlak voor de Februaristaking (25-26 februari 1941), een kantelpunt in de geschiedenis van bezet Amsterdam.