Administratief bijblad/notitieblad (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Administratief bijblad/notitieblad (Model No. 14, Algemene Zaken). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 05/66/1 1940
DOORGEZONDEN: 18/12 - 1940.
[Bovenzijde:]
G. van Hilten, pl. 333^E Alb. Cuypstraat
[Rechterzijde, van boven naar beneden:]
H. vellerkerke
advies
20-12-40
De Haan
~~Kamerbriefje~~ [doorgehaald] eigen maken?
Vergunning 23-1-41
gezien! de Haan
22/2/41 HS
[In rood potlood:]
05/66/2 Lw
p 1/2 - 10-12
V is hiervoor
modelbriefje? vD
[Linkerzijde:]
Is geen verklaring aanwezig van G. v Hilten
heeft 18/11 '40 vaste plaats Alb Cuypstr
gekregen
29/1-41
[Linksonder, gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief stuk, waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. Het fungeert als een dossieroverzicht of 'loopblad' voor de vergunning van een specifieke marktkoopman, G. van Hilten, die een vaste standplaats (nummer 333E) had op de Albert Cuypmarkt.
De belangrijkste ambtelijke constatering staat aan de linkerzijde: "Is geen verklaring aanwezig van G. v Hilten". Dit verwijst naar een ontbrekend officieel document in het dossier. Gezien de datum (januari 1941) is het zeer waarschijnlijk dat hiermee de zogenaamde 'Ariërverklaring' wordt bedoeld. In deze periode van de Duitse bezetting moesten marktkooplieden aantonen dat zij niet van Joodse afkomst waren om hun standplaats te mogen behouden.
De aantekeningen rechts tonen de voortgang van de procedure: een advies van een ambtenaar (Vellerkerke), een controle door 'De Haan' en de uiteindelijke afhandeling in februari 1941. De rode cijfers onderaan verwijzen naar een vervolg- of nevendossier (05/66/2). Het document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). Dit was een kritieke fase waarin de bezetter, met medewerking van het Nederlandse ambtelijk apparaat, de uitsluiting van Joden uit het openbare leven en de economie intensiveerde.
De Albert Cuypmarkt was een centrale plek in deze strijd; veel Joodse Amsterdammers hadden daar een kraam. De administratieve zoektocht naar de "verklaring" (niet-Joodse afkomst) was een direct instrument om de markt 'gezuiverd' te krijgen van Joodse handelaren. Het feit dat Van Hilten op 18 november 1940 nog een vaste plaats kreeg, suggereert dat zijn status op dat moment nog werd geformaliseerd of gecontroleerd onder de nieuwe verordeningen. G. van Hilten M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen