Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 183
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies/memorandum.

12 februari 1940. Van: Ondertekend door een functionaris (mogelijk "Burg."). Dossier: 107, 85, 90/10/I

Origineel

Ambtelijk advies/memorandum. 12 februari 1940. Ondertekend door een functionaris (mogelijk "Burg."). Advies op brief Den Heer Inspecteur.
Nº 90/10/I. M 1940.

        In verband met het verzoek van W. Cohen,

pl: Nº 85 Mosplein en Mevr: de Wed: Godschalk-
heeger pl: Nº 107 Mosplein om hun vaste plaatsen,
welke voor hun huwelijk waren toegewezen te
mogen behouden het volgende:
Reglementair zou in dit geval een van
beiden hun plaats moeten opzeggen, daar echter
op de markt Mosplein geregeld aan de aanvraag om
plaatsen zoowel losse als vaste kan worden
voldaan geef ik U in overweging in dit geval
Art: 16 Regt: op de Markten niet toe te passen
en hun de vaste plaatsen te laten behouden.

A'dam 12/2 '40 [Signatuur: Burg.] Het document is een ambtelijk schrijven waarin wordt geadviseerd over een uitzondering op de marktverordening. De casus betreft twee marktkooplieden, W. Cohen (plaats 85) en de weduwe Godschalk-Heeger (plaats 107), die beiden een vaste plek hebben op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.

Nu zij in het huwelijk treden, schrijft Artikel 16 van het Reglement op de Markten strikt genomen voor dat een echtpaar slechts één vaste plaats mag bezetten; één van beiden zou dus afstand moeten doen van hun plek. De opsteller van het advies pleit echter voor clementie. Omdat er op de markt aan het Mosplein op dat moment voldoende ruimte is en aanvragen voor zowel vaste als losse plaatsen makkelijk ingewilligd kunnen worden, is er geen noodzaak om de regels strikt te handhaven. Het advies is dan ook om het echtpaar beide plaatsen te laten behouden. Dit document is gedateerd op 12 februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De namen "W. Cohen" en "Godschalk" duiden erop dat de betrokken marktkooplieden van Joodse afkomst waren.

In de vroege maanden van 1940 functioneerde de Amsterdamse administratie nog volgens de normale Nederlandse wet- en regelgeving. Dit specifieke document toont een pragmatische en welwillende houding van de lokale marktautoriteiten ten opzichte van deze burgers.

De historische context geeft dit alledaagse administratieve document echter een wrange bijsmaak: kort na de bezetting in mei 1940 zouden anti-Joodse maatregelen van kracht worden. Joodse marktkooplieden werden eerst beperkt in hun bewegingsvrijheid, later verbannen naar specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk geheel uit het economische leven geweerd, wat in veel gevallen de opmaat was naar deportatie. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was in die tijd een belangrijk lokaal centrum; het is een plek die later in de oorlog ook zwaar getroffen zou worden door bombardementen. W. Cohen

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven waarin wordt geadviseerd over een uitzondering op de marktverordening. De casus betreft twee marktkooplieden, W. Cohen (plaats 85) en de weduwe Godschalk-Heeger (plaats 107), die beiden een vaste plek hebben op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.

Nu zij in het huwelijk treden, schrijft Artikel 16 van het Reglement op de Markten strikt genomen voor dat een echtpaar slechts één vaste plaats mag bezetten; één van beiden zou dus afstand moeten doen van hun plek. De opsteller van het advies pleit echter voor clementie. Omdat er op de markt aan het Mosplein op dat moment voldoende ruimte is en aanvragen voor zowel vaste als losse plaatsen makkelijk ingewilligd kunnen worden, is er geen noodzaak om de regels strikt te handhaven. Het advies is dan ook om het echtpaar beide plaatsen te laten behouden.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 12 februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De namen "W. Cohen" en "Godschalk" duiden erop dat de betrokken marktkooplieden van Joodse afkomst waren.

In de vroege maanden van 1940 functioneerde de Amsterdamse administratie nog volgens de normale Nederlandse wet- en regelgeving. Dit specifieke document toont een pragmatische en welwillende houding van de lokale marktautoriteiten ten opzichte van deze burgers.

De historische context geeft dit alledaagse administratieve document echter een wrange bijsmaak: kort na de bezetting in mei 1940 zouden anti-Joodse maatregelen van kracht worden. Joodse marktkooplieden werden eerst beperkt in hun bewegingsvrijheid, later verbannen naar specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk geheel uit het economische leven geweerd, wat in veel gevallen de opmaat was naar deportatie. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was in die tijd een belangrijk lokaal centrum; het is een plek die later in de oorlog ook zwaar getroffen zou worden door bombardementen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Amsterdam ("A'dam").

Producten

Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 40

A.J. Roger Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
A. Jansen Uilenburg
A. Jansen Waterlooplein
J. Rogers Uilenburg
D. Dubbeldijk Waterlooplein
A. Costan Waterlooplein
G. Meijers Uilenburg
J. Brand Uilenburg
J. Brand Waterlooplein [dubbele rode onderstreping]
J. Gleysman Waterlooplein **afgedaan** [dubbele rode onderstreping]
J.A.L. Jongbloed Waterlooplein
J. Mayenet Waterlooplein
J.G. Bosbaan Jr. Uilenburg
J.P. Raben Waterlooplein
J. Schilris Waterlooplein
M. Schelvis Waterlooplein
M. Schilris Waterlooplein
Alle 40 kooplieden →