Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 30 maart 1940. J. J. Otter, directeur van het Astoria Theater, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam (t.a.v. A. Dam). [Gedrukt briefhoofd:]
ASTORIA THEATER
AMSTERDAM
MOSPLEIN 18
TELEFOON 60852
DIRECTEUR: J. J. OTTER
PRIVÉ-ADRES: AMSTELDIJK 102 - TEL. 90535
[Archiefstempel in paars:]
Nº 90/17/M. 1940 2/4
[Getypt:]
AMSTERDAM, 30 Maart 1940
Aan den WelEd. Heer Directeur Marktwezen A. Dam
[Handgeschreven in de rechterbovenhoek:]
u.i. Insp. [mogelijk: uitgereikt/uitgegaan inspecteur]
WelEd. Heer.
Naar aanleiding dat zaterdags markt word gehouden op het Mosplein, gebruiken de kooplieden mijn zaak als publieke W.C. Gaarne had ik dat U voor deze menschen een W.C. bezorgde.
Er staat op het Mosplein een clublokaal met W.C. kunt U die niet openstellen op zaterdag, werkloozen zijn hier genoeg die met het schoonhouden en toezicht belast kunnen worden.
Vanaf heden zal ik dan ook genoemde menschen weigeren
Of moet ik mij hiervoor tot B. en W. wenden?
Hoogachtend
[Handgeschreven handtekening:] J. J. Otter
Directeur
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
90/29 Exp
90 oude stukken i 15-7/38? [onleesbaar cijfer] In deze brief beklaagt de heer J. J. Otter, directeur van het Astoria Theater aan het Mosplein in Amsterdam-Noord, zich over de overlast veroorzaakt door de zaterdagmarkt. Marktkooplieden gebruiken de toiletten van zijn theater als openbaar toilet, wat hem blijkbaar niet bevalt.
Hij doet een concreet voorstel aan de Directeur van het Marktwezen: het openstellen van de toiletten in een nabijgelegen clublokaal. Opvallend is zijn suggestie om "werkloozen" in te zetten voor de schoonmaak en het toezicht, wat duidt op de sociaaleconomische situatie van die tijd waarin werkloosheidsprojecten gebruikelijk waren. De toon van de brief is dwingend; hij kondigt aan de mensen direct de toegang te ontzeggen en dreigt de zaak hogerop te spelen naar het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) als er geen actie wordt ondernomen. De brief dateert van 30 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. Het Astoria Theater was een prominent gebouw aan het Mosplein in Amsterdam-Noord (geopend in 1929, gesloopt in 1970). Het plein was en is een belangrijk knooppunt in Noord waar van oudsher markten worden gehouden.
De brief biedt een interessant inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van een ondernemer in de vroege jaren '40. De verwijzing naar "werkloozen" herinnert aan de nasleep van de crisisjaren '30, waarbij de overheid vaak werklozen inzette voor publieke taken via de werkverschaffing. Administratief gezien valt de brief onder het archief van het Marktwezen, wat blijkt uit de geadresseerde en het archiefstempel. De handgeschreven noten onderaan suggereren dat er gezocht is naar eerdere correspondentie over deze kwestie uit 1938. A. Dam J. Otter W.C. Gaarne Marktwezen