Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 7 december 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). De Stadsingenieur, tevens Voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie", gevestigd in het Raadhuis ("Alhier"). extra [handgeschreven]
VD/HG.
100/10/21 M.
7 December 1940.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 December jl. No. S.I. 3161/111 B¹ heb ik de eer U te berichten, dat in het tijdvak van 1 Januari 1939 tot en met 31 Augustus 1939 een hoeveelheid van 1180 liter benzine is verbruikt door de bij mijn dienst in gebruik zijnde contrôle-auto. Ik merk hierbij op, dat de auto, in verband met de vacanties van het personeel, in de maand Juli 1939 10 dagen is gebruikt en in de maand Augustus 1939 slechts 1 dag.
Aangezien ik heb besloten de dagelijksche contrôle met de onderhavige auto voorloopig te staken, behoeft vanaf de maand Januari 1941 geen toewijzing van benzine aan mijn dienst meer plaats te vinden. Zoodra de contrôle zal worden hervat zal ik U hiervan mededeeling doen.
De Directeur, In deze brief rapporteert een directeur van een gemeentelijke dienst aan de Stadsingenieur over het benzineverbruik van een dienstauto (een 'contrôle-auto'). De brief is een reactie op een informatieverzoek van de 'Kleine Benzinecommissie'.
De directeur geeft de verbruikscijfers over een periode in 1939 (januari t/m augustus) door: totaal 1180 liter. Hij specificeert dat het lage verbruik in de zomermaanden van 1939 te wijten was aan vakanties van het personeel. Het belangrijkste punt van de brief is echter de mededeling dat de dagelijkse controles met deze auto voorlopig worden gestaakt. Hierdoor heeft de dienst vanaf januari 1941 geen benzinerantsoen meer nodig.
De toon is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "onderhavige auto"). De datum van de brief, december 1940, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. Grondstoffen, en in het bijzonder brandstoffen zoals benzine, waren door de oorlogsomstandigheden en de Duitse opeisingen uiterst schaars geworden.
Er werd een streng distributiesysteem ingevoerd waarbij burgers en instanties toewijzingen (bonnen) nodig hadden om brandstof te verkrijgen. De genoemde "Kleine Benzinecommissie" was waarschijnlijk een gemeentelijk orgaan dat verantwoordelijk was voor het uiterst zuinig beheren en verdelen van de schaarse brandstoftegoeden onder de verschillende gemeentelijke diensten.
Dat de Stadsingenieur vraagt naar verbruikscijfers uit 1939 (de periode vóór de Duitse inval), duidt erop dat deze cijfers werden gebruikt als referentiekader om te bepalen wat een reëel verbruik was voor de toewijzingen in oorlogstijd. Het besluit van de directeur om de controles te staken en het benzinerantsoen op te geven, moet waarschijnlijk gezien worden in het licht van deze extreme schaarste; men beperkte zich tot de absoluut noodzakelijke taken. M. Bovenaan