Afschrift van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Afschrift van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 24 oktober 1939. No. 268 M.S. 1939 25/10 AFSCHRIFT.
GEMEENTELIJK BUREAU VOOR
MAATSCHAPPELIJKE STEUN.
Lett. C. No. 258
Amsterdam, 24 October 1939.
Aan den Heer Wethouder voor den
Maatschappelijken Steun,
Raadhuis,
Amsterdam-Centrum.
In antwoord op Uw apostille d.d. 12 October jl. No. 268 M.S. '39 en in aansluiting op mijn brief C 258 van 2 October daaraan voorafgaand, moge ik U onderstaand motiveeren, waarom deze Dienst geen bezwaar heeft tegen het intrekken van de standplaats-vergunningen, uitgereikt aan de volgende personen.
Mw. Ch. Bleekrode-Kinsbergen, geb. 11-1-1877, is weduwe sinds 1 December '38. Zij heeft geen inwonende kinderen. Wijlen haar echtgenoot stond altijd op de markt; de vrouw zelve nooit. Hoewel zij aanvankelijk voornemens was den markthandel voort te zetten, voelt zij zich thans door lichamelijke zwakte hiertoe niet in staat. Bovendien ontbreekt haar alle ervaring, zoodat er weinig succes is te verwachten. De vrouw geniet ƒ 10,25 per week steun krachtens de Armenwet en verwoont ƒ 5,50 per week.
W. v.d. Berg, geb. 11-12-1880, is gehuwd en heeft vijf inwonende kinderen van 20 tot 11 jaar, waarvan de drie oudste tezamen ƒ 15,50 per week verdienen. De man heeft een vergunning voor het innemen van een standplaats op de Lindengracht, waarvan hij geen gebruik maakt, omdat hij geen kans ziet daar iets te verdienen. Hij handelt in hoofdzaak in oud ijzer en zakken, waarvoor hij geen standplaats noodig heeft, en wordt af en toe dezerzijds met eenig handelsgeld geholpen. Het gezin verwoont ƒ 4,- per week.
E. v.d. Bijl, geb. 25-9-1901, is gehuwd en heeft vijf jonge kinderen. Het gezin geniet ƒ 16,25 per week steun krachtens de Armenwet, waarvan dezerzijds de woninghuur ad ƒ 4,75 wordt betaald. De man is lijdende aan een oogziekte en werd door den Gem. Geneesk. Dienst bij attest van 20 Mei 1939 invalide verklaard. Hij kan van zijn standplaatsvergunning (voor Uilenburg) geen gebruik meer maken.
L. Schaap, geb. 12-8-1900, is gehuwd en heeft drie jonge kinderen. Het gezin ontvangt ƒ 16,- per week steun krachtens de Armenwet; de woninghuur bedraagt ƒ 7,- per week. De man is gebocheld en lijdt aan bronchitis; in verband met zijn gezondheidstoestand kan hij niet meer op de markt staan, zoodat hij van zijn vergunning geen gebruik maakt.
H. Cosman, geb. 18-8-1878, oorspronkelijk diamantbewerker van beroep, is gehuwd en heeft een zoon van zeventien jaar, die ƒ 10,- per week verdient. Volgens een attest van den Gem. Geneesk. Dienst d.d. 19 Januari '39 zou de man nog wel in het diamantvak kunnen werken, maar is hij niet als een valide marktkoopman te beschouwen; van zijn standplaatsvergunning zal hij dus geen gebruik meer maken. Hij ontvangt ƒ 5,27 per week steun krachtens de Armenwet en verwoont ƒ 6,- per week.
P. J. Stubbe, geb. 14-3-1880, leeft gescheiden van zijn vrouw en heeft een kamer in onderhuur voor ƒ 2,- per week. De man is ziekelijk en geregeld onder medische behandelingen. Hij is niet onwillig om het net den handel te probeeren, maar ziet geen kans in eigen onderhoud te voorzien. Ook de Dienst verwacht weinig succes, zoodat zijn vergunning wel kan worden ingetrokken. Hij geniet ƒ 7,50 per week steun krachtens de Armensteun.
--- * Doel van het document: Het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun adviseert de wethouder om marktvergunningen van zes armlastige Amsterdammers in te trekken. De reden is dat zij ofwel fysiek niet in staat zijn de handel te drijven, ofwel dat de handel niet rendabel genoeg is om hen uit de steun te houden.
* Sociale indicatoren: De brief geeft een indringend beeld van de armoede in 1939. Er wordt gekeken naar gezinsgrootte, de bijdrage van kinderen aan het gezinsinkomen, de hoogte van de huur ("verwoont") en de fysieke gesteldheid (oogziekte, gebocheld, bronchitis, ouderdom).
* Medische beoordeling: Het oordeel van de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GGD) is leidend bij het bepalen of iemand nog "valide" genoeg is voor het zware werk op de markt.
* Financiële context: De genoemde bedragen (tussen de ƒ 5,- en ƒ 16,- per week) vallen onder de toenmalige Armenwet. Dit was een absoluut minimumbestaan.
--- * Tijdsgewricht: Oktober 1939. De Tweede Wereldoorlog is in Europa al uitgebroken (inval in Polen, september 1939), maar Nederland is nog neutraal. De economische malaise van de jaren '30 is echter nog overal voelbaar.
* Joodse geschiedenis: Diverse namen in dit document (Bleekrode-Kinsbergen, Cosman, Schaap, Van der Bijl) en de genoemde locaties (Uilenburg) wijzen op bewoners van de Joodse buurt in Amsterdam. Voor velen van hen was de markthandel een traditionele, maar vaak ook marginale vorm van overleven.
* Uilenburg en Lindengracht: De genoemde markten waren centrale plekken voor de handel door de armere bevolkingslagen. Het intrekken van een vergunning betekende vaak het definitieve einde van een poging tot economische zelfstandigheid, waardoor men volledig afhankelijk werd van de "steun". C. No E. v.d. Bijl H. Cosman J. Stubbe L. Schaap W. v.d. Berg GGD