Archiefdocument
Origineel
14 mei 1941. Rijksinkoopbureau, 's-Gravenhage. RIJKSINKOOPBUREAU. VERVOLGBLAD II.
________________________
's-GRAVENHAGE, 14 Mei 1941.
Deze machtiging behoort U, voor zoover niet nader
wordt bepaald, aan den aangewezen kleinhandelaar
af te geven, die verplicht is deze machtiging, verge-
zeld van een bestelformulier M.D. 248 (in drievoud),
(welke bij het plaatselijk distributiekantoor ver-
krijgbaar zijn), te zenden aan het Rijksbureau v.
Huiden en Leder.
6. Voor het geval de benoodigde goederen gebruikelijk
werden aangeschaft bij een fabrikant, verstrekt het
Rijksbureau v. Huiden en Leder de vereischte machti-
ging op naam van dien fabrikant.
7. Ik verzoek U overeenkomstig vorenstaande aanwijzingen
te doen handelen en merk op, dat aan eventueele verdere
aanvragen niet zal kunnen worden voldaan, in verband
met de algemeene lederpositie.
8. Nadere aanvragen voor levering van leder-artikelen,
zelfs telefonische of schriftelijke verzoeken om in-
lichting, behooren niet meer aan mijn bureau te worden
gericht, doch aan het Rijksbureau v. Huiden en Leder,
Keizersgracht 277 te AMSTERDAM.
Beleefd wordt verzocht hiermede nadrukkelijk reke-
ning te houden.
De Directeur
van het Rijksinkoopbureau,
[Handtekening] Dit document is een ambtelijke instructie betreffende de distributie van schaarse goederen, specifiek leder. Het beschrijft de bureaucratische procedure die gevolgd moet worden om lederwaren te verkrijgen: het overhandigen van machtigingen aan kleinhandelaren, het gebruik van specifieke formulieren (M.D. 248) en de centrale rol van het "Rijksbureau voor Huiden en Leder". De tekst waarschuwt dat aan nieuwe aanvragen wellicht niet voldaan kan worden vanwege de penibele "algemeene lederpositie" (schaarste). Verder wordt een verschuiving van verantwoordelijkheid gecommuniceerd: vragen moeten voortaan direct aan het gespecialiseerde Rijksbureau in Amsterdam worden gericht in plaats van aan het algemene Rijksinkoopbureau. Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bezetter voerde een strak geleide distributie-economie in om grondstoffen te rantsoeneren en te controleren. Leder was een cruciaal materiaal, niet alleen voor civiel gebruik (schoenen), maar ook voor militaire doeleinden. De oprichting van diverse "Rijksbureaus" was onderdeel van dit systeem om de productie en distributie van specifieke sectoren te reguleren. De genoemde schaarste ("lederpositie") leidde uiteindelijk tot het gebruik van vervangingsmaterialen, zoals houten zolen voor schoenen, omdat echt leer nagenoeg onverkrijgbaar werd voor de gewone burger. Rijksbureau