Dienstbrief / Circulaire
Origineel
Dienstbrief / Circulaire 29 maart 1941 P. de Kruijff (Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau) [Logo: Wapen van Amsterdam]
Nº 7/11/1 M. 1941 31/3 [stempel in paars-blauw]
Telefoon 43321, 43130
Toestellen 483, 568, 569, 576
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No. 26/1 G.M.B.
Amsterdam, 29 Maart 1941.
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
Aan: Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven aantekeningen in blauwe en rode inkt: mi. [paraaf]]
Onder verwijzing naar mijn circulaire dd. 30 September 1940, No. 26/1 G.M.B., betreffende opgave van overcompleet meubilair, verzoek ik U beleefd mij thans wederom zoo spoedig mogelijk een opgave benevens beschrijving te verstrekken van al het overcomplete meubilair, dat bij Uw Dienst of Bedrijf aanwezig is.
WvA.
/
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Handtekening: P. de Kruijff]
P. de Kruijff
2000-'10-'40 [linksonder]
7 [handgeschreven rechtsonder] Dit document is een administratieve circulaire van de gemeente Amsterdam. De inhoud betreft een herhaalde oproep tot inventarisatie van "overcompleet meubilair" (overtollig meubilair) binnen de verschillende gemeentelijke instanties. Er wordt verwezen naar een eerdere circulaire uit september 1940, wat aangeeft dat het bureau moeite had om tijdig of volledig antwoord te krijgen van alle diensten. De tekst is vermenigvuldigd met een paarse/blauwe inkt, kenmerkend voor stencils of vroege kopieertechnieken uit die tijd. De brief is formeel van toon en benadrukt de noodzaak van zowel een lijst als een beschrijving van de goederen. De brief dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de gemeentelijke organisatie onder druk om middelen efficiënter in te zetten. Het inventariseren van overtollig meubilair kan te maken hebben met de schaarste aan grondstoffen en goederen die door de oorlog ontstond, of met de herorganisatie van diensten. Eind 1940 waren Joodse ambtenaren uit hun functie gezet, wat mogelijk leidde tot leegstaande werkplekken en dus "overcompleet" meubilair. Het Gemeentelijk Materialenbureau fungeerde hierbij als centraal orgaan voor het beheer en de herverdeling van deze stedelijke eigendommen. De datum (29 maart) valt net na de nasleep van de Februari-staking, een periode waarin het Duitse toezicht op de Amsterdamse ambtenarij verder werd aangescherpt. G.M.B. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een administratieve circulaire van de gemeente Amsterdam. De inhoud betreft een herhaalde oproep tot inventarisatie van "overcompleet meubilair" (overtollig meubilair) binnen de verschillende gemeentelijke instanties. Er wordt verwezen naar een eerdere circulaire uit september 1940, wat aangeeft dat het bureau moeite had om tijdig of volledig antwoord te krijgen van alle diensten. De tekst is vermenigvuldigd met een paarse/blauwe inkt, kenmerkend voor stencils of vroege kopieertechnieken uit die tijd. De brief is formeel van toon en benadrukt de noodzaak van zowel een lijst als een beschrijving van de goederen.
Historische Context
De brief dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de gemeentelijke organisatie onder druk om middelen efficiënter in te zetten. Het inventariseren van overtollig meubilair kan te maken hebben met de schaarste aan grondstoffen en goederen die door de oorlog ontstond, of met de herorganisatie van diensten. Eind 1940 waren Joodse ambtenaren uit hun functie gezet, wat mogelijk leidde tot leegstaande werkplekken en dus "overcompleet" meubilair. Het Gemeentelijk Materialenbureau fungeerde hierbij als centraal orgaan voor het beheer en de herverdeling van deze stedelijke eigendommen. De datum (29 maart) valt net na de nasleep van de Februari-staking, een periode waarin het Duitse toezicht op de Amsterdamse ambtenarij verder werd aangescherpt.