Officiële brief op briefpapier van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief op briefpapier van de Gemeente Amsterdam. 27 juni 1941. Gemeentebestuur van Amsterdam, Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL), Afdeeling: Gemeentemagazijn. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
CENTRALE DIENST VOOR DE LEVENSMIDDELENVOORZIENING
AFDEELING: Gemeentemagazijn
No. 6988/275/CDL.
AMSTERDAM (W.), 27 Juni 1941
VAN REIGERSBERGENSTRAAT 2
AAN
den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM-W.
[Handgeschreven aantekening in blauw potlood: 7/17/4 M 1941 en een paraaf met de naam Müller?]
In antwoord op Uw brieven d.d. 16 April, 2 Mei en 30 Mei 1941, resp. Nos. 7/17/1 M., 7/17/2 M. en 7/17/3 M., deel ik U mede, dat de celluloid hulzen, waarover U hebt geklaagd, door den leverancier, de firma W. Endstra, alhier, naar de fabriek ter onderzoek zijn opgezonden.
De fabriek deelt hieromtrent het volgende mede:
"Wir erhielten die uns mit Ihrem (obigen) Schreiben übersandten Celluloidhüllen und sind allerdings über deren Zustand ausserordentlich überrascht. Nach unserer Auffassung sind die Beschädigungen keineswegs auf irgendeinen Qualitätsmangel des von uns gelieferten Celluloids zurückzuführen, sondern lediglich auf eine ausserordentlich starke und robuste Beanspruchung während des Gebrauchs. Das Material selbst ist, wie sich bei der Untersuchung der grossflächigen Teile ohne weiteres feststellen lässt, von bester Qualität und keineswegs spröde, so dass wir eine Reklamation unbedingt ablehnen müssen."
De firma Endstra voegt hieraan toe, dat celluloid een product is van een zekere teerheid en niet te vergelijken is met leer of kunstleer, welke producten veel buigbaarder zijn.
Juist door het breken der versterking op de randen der hulzen, komt men tot de gevolgtrekking, dat de personen, die deze hulzen in gebruik hadden, deze met de kaart erin zoo in hun vestzak hadden. Het zware werk, dat deze menschen moeten verrichten en het sjouwen met de groentenmanden, waarbij de betreffende personen zich nog al veel moeten bukken, zijn ons inziens de oorzaken, dat de versterkingsbanden op de randen der hulzen deze breuk vertoonen. Om dezelfde reden kan ook het dofworden der hulzen verklaard worden. Het celluloid van de hulzen, die U hebt teruggezonden, is van zeer goede kwaliteit, want ze zijn nog elastisch genoeg om gevouwen te worden ondanks het gebruik, een bewijs, dat de kwaliteit niets te wenschen overlaat. Tevens is deze goede kwaliteit ook bij de onderzoekingen in het laboratorium van de celluloidfabriek vastgesteld.
Ik merk nog op, dat Endstra indertijd soort en kwaliteit van de hulzen bij U is komen bespreken. Niettemin is de firma Endstra, teneinde te bewijzen, dat zij U voor zoover mogelijk wenscht tegemoet te komen, bereid, U voor de retourgezonden hulzen, nieuwe in de plaats te leveren.
Ik vertrouw, dat U zich met dit voorstel kunt vereenigen.
De Directeur,
[Handtekening] Dit document betreft een zakelijke correspondentie over een kwaliteitsgeschil. De Directeur van het Marktwezen heeft geklaagd over de duurzaamheid van geleverde celluloid hulzen (waarschijnlijk beschermhoesjes voor distributiekaarten of identificatiebewijzen).
De kernpunten uit de brief zijn:
1. Afwijzing van de claim: De fabrikant (via leverancier W. Endstra) stelt dat de schade niet te wijten is aan de kwaliteit van het materiaal, maar aan oneigenlijk of zeer zwaar gebruik.
2. Oorzaak van de schade: De brief beschrijft specifiek dat de gebruikers (marktpersoneel) de hulzen in hun vestzak dragen en veel moeten bukken en sjouwen met groentenmanden. Hierdoor buigt het celluloid op een manier waar het niet tegen bestand is.
3. Coulanceregeling: Ondanks dat de klacht technisch wordt afgewezen ("eine Reklamation unbedingt ablehnen müssen"), biedt de firma Endstra uit commerciële overwegingen aan om de kapotte hulzen kosteloos te vervangen door nieuwe.
Het taalgebruik is formeel en de opname van het Duitse citaat wijst op een directe communicatie met een fabriek in Duitsland, wat in 1941 (tijdens de bezetting) gebruikelijk was voor dergelijke materialen. De brief is gedateerd op 27 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL) speelde een cruciale rol in de distributie van voedsel en goederen in een tijd van toenemende schaarste.
De ontvanger, de Directeur van het Marktwezen, zetelde aan de Jan van Galenstraat, de locatie van de Centrale Markthallen (nu het Food Center Amsterdam). Het personeel daar verrichtte zwaar fysiek werk ("sjouwen met groentenmanden"). De "hulzen" waren essentieel om documenten (zoals de onmisbare distributiestamkaarten) te beschermen tegen vuil en slijtage tijdens dit werk.
Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse logistieke beslommeringen van het gemeentelijk apparaat in oorlogstijd: zelfs over de kwaliteit van plastic hoesjes werd uitvoerig gecorrespondeerd, inclusief laboratoriumonderzoek en internationale afstemming.