Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 15 april 1941. N.V. Bataafsche Import Maatschappij (Verkoopkantoor van „Koninklijke/Shell” Producten), Bijkantoor Amsterdam. Gemeentelijk Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven, paarse stempel met handgeschreven toevoeging:]
№ 7/10/1 M.1941 17/4
[Midden boven, briefhoofd:]
N.V. BATAAFSCHE IMPORT MAATSCHAPPIJ VERKOOPKANTOOR VAN
„KONINKLIJKE/SHELL” PRODUCTEN
[Afbeelding: Koninklijke kroon boven een gestileerde schelp]
[Rechtsonder briefhoofd:]
BIJKANTOOR
AMSTERDAM, 15 April 1941.
WESTERDOKSDIJK 18
[Linksonder briefhoofd:]
TELEFOON No. 32870-39563
GIRO No. 13099
[Adres ontvanger:]
Gemeentelijk Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM - W.
[Referentiegegevens:]
Afdeeling: P.B. Emballage
Antwoord op:
Onderwerp: Uitstaande vaten
[Rechts in de kantlijn, handgeschreven notities:]
[onleesbare paraaf]
niet bij ons
v/h afv... [onduidelijk]
[Inhoud brief:]
Mijne Heeren,
Volgens onze administratie bent U nog in het bezit van een petroleumvat no P.271, geleverd dd. 1 Maart 1940 aan Uw koelhuis.
Wij nemen aan, dat het vat thans ledig is en zullen het een dezer dagen bij U laten weghalen. Wilt U het voor ons gereed zetten ?
U bij voorbaat dankend, teekenen wij
Hoogachtend,
N.V. BATAAFSCHE IMPORT MAATSCHAPPIJ
Verkoopkantoor van „KONINKLIJKE/SHELL” Producten
[Fletse stempel van bedrijfsnaam als ondertekening]
[Linksonder, Shell-logo in driehoek:]
SHELL
Producten van de
„Koninklijke” wor-
den verkocht onder
den naam „SHELL”
AG 48
[Rechtsonder, handgeschreven:]
7 De brief is een formeel verzoek tot teruggave van bedrijfseigendom. De Bataafsche Import Maatschappij (BIM), de Nederlandse verkooparm van Shell, verzoekt het Gemeentelijk Marktwezen om een petroleumvat terug te geven dat ruim een jaar eerder is geleverd.
Opvallend is de administratieve nauwkeurigheid: men weet exact welk vat (nummer P.271) op welke datum (1 maart 1940) aan welke locatie (het koelhuis) is geleverd. De handgeschreven opmerking "niet bij ons" suggereert dat er bij de ontvanger onduidelijkheid bestond over de aanwezigheid van het betreffende vat. Het gebruik van de term "Mijne Heeren" en de beleefdheidsvormen zijn typerend voor de zakelijke etiquette van die tijd. De brief is gedateerd in april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan grondstoffen en materialen. Metalen vaten (emballage) waren kostbaar en essentieel voor de distributie van brandstoffen, die door de bezetter strikt werd gereguleerd. Het feit dat Shell een vat najaagt dat al voor de inval (maart 1940) was geleverd, onderstreept hoe belangrijk het hergebruik van materialen was geworden.
De ontvanger, het Gemeentelijk Marktwezen, beheerde de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. Deze hallen en de bijbehorende koelhuizen waren de spil van de voedselvoorziening in Amsterdam. De Westerdoksdijk, waar de afzender was gevestigd, was destijds een belangrijk industrieel gebied en een knooppunt voor de overslag van olieproducten in de Amsterdamse haven.