Officieel schrijven/verordening betreffende bezuinigingsmaatregelen.
Origineel
Officieel schrijven/verordening betreffende bezuinigingsmaatregelen. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte). instellingen gebruikt dienen te worden. Zij worden gesloten met een sluitzegel, eveneens ter Stadsdrukkerij verkrijgbaar, en zij kunnen vele malen gebruikt worden. Ook kan voor de verzending van brieven, bons en andere formulieren, welke aan één zijde getypt of beschreven zijn, het gebruik van enveloppen vermeden worden door ze te vouwen en met een sluitzegel te sluiten. De nog aanwezige voorraad enveloppen wordt slechts in strikt noodzakelijke gevallen gebruikt. Gebruikte enveloppen en vooral vensterenveloppen kunnen meestal nogmaals dienst doen. Men gebruike een sluitzegel of sluitstrook tot sluiting.
IV. Afmetingen.
De afmetingen van druk- of ander vermenigvuldigingswerk moeten zooveel mogelijk beperkt worden. Ter bereiking van zoodanige beperking moet het papier of karton, voor zoover mogelijk, aan beide zijden bedrukt, althans gebruikt worden. In vele gevallen, waarin het papier tot dusverre aan één zijde bedrukt was, moet het formaat, door de helft van den tekst op de andere zijde te plaatsen, gehalveerd worden.
Beperking van formaat moet voorts in vele gevallen worden bereikt door het drukken met een kleiner lettertype, terwijl de onbedrukte rand niet grooter mag zijn dan voor het drukwerk strikt noodzakelijk is.
V. Drukwerk.
Manuscripten voor de zetterij, die tot dusver aan één zijde getypt behoorden te zijn, dienen thans, ter besparing van papier, aan beide zijden getypt te zijn.
Tot dusver was het veelal gebruikelijk, dat opdrachten de Stadsdrukkerij bereikten in den vorm van een aanvraag om drukproef. Ten einde te kunnen beoordeelen, of het werk kan worden uitgevoerd in den gevraagden vorm, en/of het benoodigde papier beschikbaar is, moet reeds bij het aanvragen van de drukproef de volledige bestelling worden verstrekt.
Oplagen dienen zooveel mogelijk beperkt te worden. Dit geldt niet slechts voor boeken en kleine geschriften, doch ook voor alle gebruiks-drukwerken. Slechts zooveel exemplaren behooren te worden gedrukt, als dringend noodig zijn. Van formulieren en ander drukwerk, waarvan een gebruiksvoorraad moet worden besteld, mag (ingevolge de voorschriften van het Rijksbureau voor de Grafische Industrie) niet voor meer dan ten hoogste 3 maanden in voorraad worden besteld.
In boekwerken dienen blanco bladzijden zooveel mogelijk vermeden te worden. Wanneer een boekwerk in omslag verschijnt, dient op den omslag de volledige titel vermeld te worden, en behoort de binnentitel alsmede de z.g. Fransche of voor-de-handsche titel (de bekende verkorte titel met kleine letter) te vervallen. De hoofdstukken moeten niet op een nieuwe bladzijde beginnen, doch behooren achter elkaar door te loopen. Bij kleine geschriften kan de omslag vervallen, de titel wordt dan op de eerste bladzijde gedrukt, de tekst direct op de volgende bladzijde.
Voor nieuw uit te voeren boekwerken behoort een kleine letter te worden gebruikt. De onbedrukte marge mag niet ruimer zijn dan strikt noodzakelijk is. (Voor boekwerken waarvan het zetsel geheel of gedeeltelijk is bewaard, is dit minder gemakkelijk; elk geval dient hierbij op zichzelf te worden beoordeeld. Ter wille van de papierbesparing moeten niet onoverkomelijke bezwaren wijken).
VI. Papiersoorten.
Boekwerken en geschriften zullen niet meer op houtvrij, doch op houthoudend papier gedrukt worden. Voor zoover deze boeken voor de geschiedenis van belang zijn, kunnen op verzoek enkele z.g. archiefexemplaren op beter papier gedrukt worden.
Drukwerken, die niet beschreven moeten worden, zullen op onbeschrijfbaar houthoudend papier gedrukt worden. In vele gevallen zal met courantpapier volstaan dienen te worden.
Wanneer onbelangrijke, of althans korten tijd in handen zijnde formulieren met potlood beschreven worden, of volstaan kan worden met potloodschrift, zal papier zonder schrijflyjming gebruikt moeten worden.
Indien tot dusver, ter onderscheiding, in sommige gevallen gekleurd papier of karton noodig bleek, zal men, wanneer de gewenschte kleur niet verkrijgbaar is, met een andere kleur genoegen moeten nemen of dienen te volstaan met het drukken van den tekst of een anderen opvallenden opdruk in de gewenschte kleur.
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
C.S.Stadhuis
A'dam 8-'41. * Context van schaarste: Het document weerspiegelt de groeiende tekorten aan grondstoffen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Papier werd een schaars goed, waardoor de overheid dwingende voorschriften oplegde aan haar eigen diensten en de grafische industrie.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en imperatief ("dienen te worden", "moet", "behoort"). Er wordt gebruik gemaakt van de oude spelling (zoals "zooveel", "benoodigde").
* Specifieke maatregelen: De nadruk ligt op een maximale benutting van het oppervlak (dubbelzijdig drukken/typen), het verkleinen van marges en lettertypes, en de overstap naar kwalitatief minderwaardig papier (houthoudend papier en courantpapier in plaats van houtvrij papier).
* Uitzondering voor archivering: Opvallend is de clausule in sectie VI dat voor historisch belangrijke werken een uitzondering gemaakt kan worden voor "archiefexemplaren" op beter papier, wat de vrees voor de vergankelijkheid van houthoudend papier (dat sneller verzuurt en vergaat) aantoont.
* Administratieve controle: De verwijzing naar het "Rijksbureau voor de Grafische Industrie" duidt op de centrale regie van de economie door de bezetter en de gelijkgeschakelde instanties. Dit document is uitgevaardigd door Edward John Voûte, die in 1941 door de Duitse bezetter werd benoemd tot regeringscommissaris (en feitelijk burgemeester) van Amsterdam nadat de democratische gemeenteraad buitenspel was gezet. Augustus 1941 markeert een periode waarin de oorlogseconomie steeds strakker werd georganiseerd.
De instructies in dit document waren niet vrijblijvend; ze maakten deel uit van een bredere inspanning om de beperkte voorraden in te zetten voor de oorlogsindustrie en de noodzakelijke overheidsadministratie. Het verbod op luxe-elementen zoals Franse titels, blanco pagina's en ruime marges zorgde voor een visuele verandering in al het drukwerk uit de oorlogsjaren: boeken en documenten uit deze periode zien er vaak 'gepropt' en grauw uit door het gebruik van inferieur papier. Dit document dient als een direct bewijs van de materiële degradatie van de publieke sfeer tijdens de bezettingsjaren.