Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 26 juli 1941. De Gemeentesecretaris van Amsterdam (J.F. Franken). G E M E E N T E A M S T E R D A M
No. 288 Bur.G. Amsterdam, 26 Juli 1941.
Hieronder doe ik U ter kennisneming toekomen een publicatie van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart met verzoek met den inhoud rekening te houden.
Aan Hoofden van Administratiën, De Gemeentesecretaris,
Bedrijven en Diensten, en Chefs
van afdeelingen ter Gemeente- [Handgeschreven: J. F. Franken]
secretarie.
OFFICIEELE PUBLICATIE VAN HET DEPARTEMENT VAN
HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART.
Cyclostyle apparaten e.d.
De bekendmaking van den directeur van de sectie Grafische Industrie van het Rijksbureau voor verwerkende industrieen, opgenomen als officieele publicatie in de dagbladen van 15 Juli j.l. betreffende de verplichting tot het aanbrengen van een kennummer op alle producten vervaardigd op bovengenoemde apparaten of soortgelijke vermenigvuldigingsapparaten, dient in dien zin te worden aangevuld, dat de bezitters van dergelijke apparaten met ingang van 22 Juli 1941 ook kunnen volstaan met het aanbrengen van hun firmanaam op deze producten.
Indien dus de firmanaam wordt aangebracht, behoeft geen kennummer te worden aangevraagd.
C.S.Stadhuis
A’dam 7-’41
[Handgeschreven in blauw/zwart]: op alle afdrukken komt bij ons steeds de naam van de dienst voor [onleesbaar/paraaf]
[Grote stempel onderaan]: No 7/25/2 M. 1941 20/7 Dit document is een administratieve doorgeleiding van een landelijke verordening naar de verschillende gemeentelijke diensten van Amsterdam. De kern van de boodschap is een wijziging in de regelgeving omtrent het gebruik van vermenigvuldigingsapparatuur, zoals cyclostyle- (stencil-) machines.
Waar voorheen een specifiek 'kennummer' verplicht was op elk product dat uit dergelijke machines kwam, wordt hier gemeld dat men voortaan ook mag volstaan met het vermelden van de 'firmanaam'. Voor de gemeentelijke diensten betekende dit dat zij hun eigen naam op hun stencilwerk moesten vermelden om aan de regels te voldoen.
De handgeschreven notitie onderaan ("op alle afdrukken komt bij ons steeds de naam van de dienst voor") suggereert een interne controle of bevestiging dat de betreffende afdeling reeds aan deze voorwaarde voldeed, aangezien hun afdelingsnaam standaard op hun drukwerk stond. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is cruciaal voor het begrijpen van deze maatregel.
De bezetter streefde naar totale controle over de informatievoorziening en het tegengaan van illegale propaganda. Stencilmachines waren essentieel voor het produceren van verzetsbladen (zoals Het Parool of Vrij Nederland), omdat ze relatief klein en makkelijk te verbergen waren vergeleken met grote drukpersen.
Door te eisen dat elk gestencild document voorzien was van een traceerbaar kennummer of een firmanaam, probeerde het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart (dat onder Duits toezicht stond via de secretarissen-generaal) de herkomst van alle gedrukte informatie controleerbaar te maken. Het Rijksbureau voor verwerkende industrieën was een van de organen die door de bezetter waren opgezet om de Nederlandse economie en productie strak te reguleren. Deze brief is dus een voorbeeld van hoe de bezettingsmaatregelen doorvloeiden naar de dagelijkse administratieve gang van zaken in een stad als Amsterdam.