Doorslag (carbon-copy) van een getypte brief.
Origineel
Doorslag (carbon-copy) van een getypte brief. 1 augustus 1941. Een niet nader genoemde "Directeur" (waarschijnlijk van een andere overheidsdienst). (Handgeschreven: Verzonden 1/8)
VB/HG.
het Rijksbureau voor
Chemische Producten,
Koningskade 15,
's-Gravenhage.
7/26/1 M. 1 Augustus 1941.
Onder terugzending van de formulieren enquête oplosmiddelen
heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst oplosmiddelen als
bedoeld niet worden gebruikt noch in voorraad gehouden.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele ontkenning van het gebruik of de opslag van specifieke oplosmiddelen waar het Rijksbureau voor Chemische Producten naar had gevraagd middels een enquête.
* Stijl: Zeer formeel ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U te berichten", "als bedoeld").
* Contextuele aanwijzingen: De datum (augustus 1941) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Rijksbureaus" speelden in deze periode een cruciale rol in de distributie en controle van schaarse grondstoffen. Tijdens de bezettingsjaren (1940-1945) stelde de bezetter, vaak via het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat, diverse Rijksbureaus in (of breidde deze uit). Deze bureaus hadden tot taak de schaarse grondstoffen, voedsel en industriële producten te inventariseren en te rantsoeneren. Het Rijksbureau voor Chemische Producten hield toezicht op de chemische industrie en de voorraden van chemicaliën die essentieel konden zijn voor de (oorlogs)economie.
De enquête waarnaar verwezen wordt, was waarschijnlijk een breed uitgezette inventarisatie om precies in kaart te brengen waar welke oplosmiddelen aanwezig waren, mogelijk om deze te vorderen of de distributie ervan strenger te reguleren. Het antwoord in deze brief—dat er niets in voorraad is en niets wordt gebruikt—kan zowel de feitelijke waarheid zijn als een poging om buiten de bemoeienis van het Rijksbureau te blijven. Rijksbureau
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele ontkenning van het gebruik of de opslag van specifieke oplosmiddelen waar het Rijksbureau voor Chemische Producten naar had gevraagd middels een enquête.
- Stijl: Zeer formeel ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U te berichten", "als bedoeld").
- Contextuele aanwijzingen: De datum (augustus 1941) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Rijksbureaus" speelden in deze periode een cruciale rol in de distributie en controle van schaarse grondstoffen.
Historische Context
Tijdens de bezettingsjaren (1940-1945) stelde de bezetter, vaak via het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat, diverse Rijksbureaus in (of breidde deze uit). Deze bureaus hadden tot taak de schaarse grondstoffen, voedsel en industriële producten te inventariseren en te rantsoeneren. Het Rijksbureau voor Chemische Producten hield toezicht op de chemische industrie en de voorraden van chemicaliën die essentieel konden zijn voor de (oorlogs)economie.
De enquête waarnaar verwezen wordt, was waarschijnlijk een breed uitgezette inventarisatie om precies in kaart te brengen waar welke oplosmiddelen aanwezig waren, mogelijk om deze te vorderen of de distributie ervan strenger te reguleren. Het antwoord in deze brief—dat er niets in voorraad is en niets wordt gebruikt—kan zowel de feitelijke waarheid zijn als een poging om buiten de bemoeienis van het Rijksbureau te blijven.