Archief 745
Inventaris 745-344
Pagina 244
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/circulaire van een overheidsinstantie.

1941 (gebaseerd op de tekst en het kenmerk linksonder). Van: Rijksbureau voor Chemische Producten, ressorterend onder het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Aan: Verbruikers van en handelaren in oplosmiddelen.

Origineel

Officiële brief/circulaire van een overheidsinstantie. 1941 (gebaseerd op de tekst en het kenmerk linksonder). Rijksbureau voor Chemische Producten, ressorterend onder het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Verbruikers van en handelaren in oplosmiddelen. Opl. 1

DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART
RIJKSBUREAU VOOR CHEMISCHE PRODUCTEN
KONINGSKADE 15 — TELEFOON 183340* — INTERL. LETTER E — POSTREK. 367189

Bijlagen:
3 vragenlijsten
1 antwoord-enveloppe

'S-GRAVENHAGE, datum postmerk

Betreft: Oplosmiddelen

Aan de verbruikers van en handelaren in oplosmiddelen

De van verschillende zijden ontvangen berichten omtrent de huidige positie van oplosmiddelen hier te lande, alsmede een terzake ingesteld oriënteerend onderzoek, nopen mij den verbruikers van oplosmiddelen te verzoeken mij omtrent het verbruik, den voorraad, enz. van deze producten uitvoerige gegevens te verschaffen. Hiertoe doe ik U ingesloten drie exemplaren van een vragenlijst [Model Opl. 2] toekomen.

Onder verwijzing naar art. 5, lid 5, der Chemische Producten Beschikking 1941 N°. 1, welke o.a. aan verwerkers van onder deze Beschikking vallende goederen de verplichting oplegt op mijn verzoek opgave te doen van de door hen verwerkte hoeveelheden, enz., verzoek ik U twee formulieren ingevuld en onderteekend binnen een week na ontvangst aan mijn Bureau terug te zenden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van bijgesloten antwoord-enveloppe; het derde exemplaar kunt U ter aanteekening van de verstrekte gegevens voor Uw archief behouden.

Voorts zijn aan de keerzijde van de vragenlijst [Model Opl. 2] enkele vragen gesteld, welke uitsluitend door de handelaren in oplosmiddelen dienen te worden beantwoord; o.a. wordt verzocht een opgave te verstrekken van den handelsvoorraad per 1 Juli 1941, alsmede een overzicht van de omzetten in 1939, 1940 en in het eerste halfjaar 1941.

Zij, die oplosmiddelen zoowel in eigen bedrijf verwerken als aan anderen verkoopen, dienen zoowel de onder I als onder II gestelde vragen te beantwoorden. De voorraad van handelaren/verbruikers behoeft daarbij niet gesplitst te worden opgegeven; men kan volstaan met vermelding van den totalen voorraad onder II, Handelaren.

De Directeur van het Rijksbureau voor Chemische Producten,
J. P. BANNIER.

(A) 29943 - '41

--- * Doel: Het document dient om een gedetailleerd overzicht te krijgen van de voorraden en het verbruik van oplosmiddelen in Nederland. Dit was noodzakelijk voor de centrale sturing van de economie.
* Juridische basis: De brief beroept zich expliciet op de "Chemische Producten Beschikking 1941 No. 1", wat aangeeft dat de informatieverstrekking verplicht was. Het niet voldoen hieraan kon leiden tot sancties.
* Toon: De toon is zakelijk, dwingend en bureaucratisch, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode.
* Inhoudelijke details: Er wordt gevraagd naar historische gegevens (omzet 1939) om een referentiekader te hebben van de situatie vóór de schaarste die door de oorlog ontstond. Er is een onderscheid tussen 'verwerkers' (industrieel verbruik) en 'handelaren'.

--- * Historische periode: Tweede Wereldoorlog, de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De datum 1941 plaatst dit document in het begin van de bezetting, wanneer de distributie en controle over grondstoffen steeds strakker werd georganiseerd.
* De Rijksbureaus: Tijdens de bezetting werden diverse Rijksbureaus opgericht om de schaarste aan grondstoffen en goederen te beheersen. Deze bureaus reguleerden de inkoop, verkoop en distributie binnen hun sector. Het Rijksbureau voor Chemische Producten was essentieel omdat veel chemische stoffen (zoals oplosmiddelen voor verf, schoonmaak en productie) strategische goederen waren voor zowel de civiele maatschappij als de oorlogsindustrie.
* Economische controle: Dit document is een direct bewijs van de "geleide economie" tijdens de oorlog, waarbij de vrije markt was uitgeschakeld en de overheid (onder toezicht van de bezetter) volledige controle probeerde te krijgen over de goederenstromen. De directeur, J.P. Bannier, was een hoge ambtenaar die in deze periode een sleutelrol speelde in de economische organisatie.

Samenvatting

  • Doel: Het document dient om een gedetailleerd overzicht te krijgen van de voorraden en het verbruik van oplosmiddelen in Nederland. Dit was noodzakelijk voor de centrale sturing van de economie.
  • Juridische basis: De brief beroept zich expliciet op de "Chemische Producten Beschikking 1941 No. 1", wat aangeeft dat de informatieverstrekking verplicht was. Het niet voldoen hieraan kon leiden tot sancties.
  • Toon: De toon is zakelijk, dwingend en bureaucratisch, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode.
  • Inhoudelijke details: Er wordt gevraagd naar historische gegevens (omzet 1939) om een referentiekader te hebben van de situatie vóór de schaarste die door de oorlog ontstond. Er is een onderscheid tussen 'verwerkers' (industrieel verbruik) en 'handelaren'.

Historische Context

  • Historische periode: Tweede Wereldoorlog, de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De datum 1941 plaatst dit document in het begin van de bezetting, wanneer de distributie en controle over grondstoffen steeds strakker werd georganiseerd.
  • De Rijksbureaus: Tijdens de bezetting werden diverse Rijksbureaus opgericht om de schaarste aan grondstoffen en goederen te beheersen. Deze bureaus reguleerden de inkoop, verkoop en distributie binnen hun sector. Het Rijksbureau voor Chemische Producten was essentieel omdat veel chemische stoffen (zoals oplosmiddelen voor verf, schoonmaak en productie) strategische goederen waren voor zowel de civiele maatschappij als de oorlogsindustrie.
  • Economische controle: Dit document is een direct bewijs van de "geleide economie" tijdens de oorlog, waarbij de vrije markt was uitgeschakeld en de overheid (onder toezicht van de bezetter) volledige controle probeerde te krijgen over de goederenstromen. De directeur, J.P. Bannier, was een hoge ambtenaar die in deze periode een sleutelrol speelde in de economische organisatie.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Uilenburg 184.375
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................... Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................... Uilenburg 159.300
Aal en paling ....................................... Uilenburg 19.336
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg 66 *a)*
Aankoop kisten Uilenburg
Aantal vaartuigen Uilenburg 88
Aantal vaartuigen ........................ Uilenburg 73
W. Fruithof Uilenburg + 44
W. Fruithof Uilenburg 521
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg 71
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg
Afschrijving Dubieuze Debiteuren Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg 02
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschr., overeenk. met de verpl. aflossing op leeningen... Uilenburg 36
A. Geboorte Uilenburg 58
A. Cuypstraat Waterlooplein 19.343
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.995 / 14.067
Albert Cuypstraat (Marktmeester) Waterlooplein *19343*
Andijker blauwen Uilenburg 11216
J. Zand Uilenburg 1770
M. Wittenge Uilenburg 18.40
C.M. Koelhuis Uilenburg 05
Bezittingen vormende het vaste kapitaal ¹) Uilenburg
Bezittingen vormende het vaste kapitaal ¹) ................. Uilenburg 78
Bieten - gekookt Uilenburg
Bijdrage aan het Pensioenfonds Uilenburg 38
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6