Handgeschreven ambtelijke notitie/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo. (Bovenaan, zwarte inkt)
f. 700.- overnemen
door S.R.
v. Ford wagens.
(Rechtsboven, grijs potlood)
7/81
7/123
(Midden, zwarte inkt)
Begin December '41
bezocht burgemeester
omtrent vergoeding
van dienst auto's die
centraal worden
gebruikt.
is af- gesproken
(Onderaan, zwarte inkt)
Ir IJpema S.R.
20-1-42
S [paraf]
(Rechterkantlijn, verticaal in rood potlood)
Hr. Mulder t. korps
(Linkerkantlijn, rood potlood)
[Twee verticale markeerstreeptjes] De notitie documenteert een afspraak over de financiële vergoeding voor het gebruik van dienstauto's. Er is sprake van een bedrag van 700 gulden dat door "S.R." (mogelijk een afkorting voor een specifieke raad, sectie of dienst, zoals de Spoorwegraad of een sectie binnen de rijksadministratie) moet worden overgenomen voor Ford wagens.
De kern van de notitie betreft een bezoek aan een burgemeester in december 1941. Tijdens dit overleg is blijkbaar afgesproken hoe de kosten vergoed worden voor auto's die centraal worden ingezet. De ondertekenaar, "Ir. IJpema", voert de titel ingenieur, wat duidt op een technische of beleidsmatige functie binnen de overheid of een nutsbedrijf. De rode en grijze aantekeningen in de marges zijn typische archivistische kenmerken die wijzen op dossiernummering of doorsturing naar andere functionarissen (zoals de genoemde Hr. Mulder). Het document is opgesteld in januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstof en voertuigen, waardoor het wagenpark van gemeenten en overheidsinstanties vaak gecentraliseerd werd om de efficiëntie te verhogen en het verbruik te controleren. De vergoedingen voor dergelijk centraal gebruik waren een frequent onderwerp van ambtelijke correspondentie. De centralisatie van middelen paste binnen de politiek van de bezetter om meer controle te krijgen op de Nederlandse infrastructuur en logistiek. "Ir. IJpema" was waarschijnlijk een functionaris betrokken bij de logistieke planning of het beheer van rijkswagens.
Samenvatting
De notitie documenteert een afspraak over de financiële vergoeding voor het gebruik van dienstauto's. Er is sprake van een bedrag van 700 gulden dat door "S.R." (mogelijk een afkorting voor een specifieke raad, sectie of dienst, zoals de Spoorwegraad of een sectie binnen de rijksadministratie) moet worden overgenomen voor Ford wagens.
De kern van de notitie betreft een bezoek aan een burgemeester in december 1941. Tijdens dit overleg is blijkbaar afgesproken hoe de kosten vergoed worden voor auto's die centraal worden ingezet. De ondertekenaar, "Ir. IJpema", voert de titel ingenieur, wat duidt op een technische of beleidsmatige functie binnen de overheid of een nutsbedrijf. De rode en grijze aantekeningen in de marges zijn typische archivistische kenmerken die wijzen op dossiernummering of doorsturing naar andere functionarissen (zoals de genoemde Hr. Mulder).
Historische Context
Het document is opgesteld in januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstof en voertuigen, waardoor het wagenpark van gemeenten en overheidsinstanties vaak gecentraliseerd werd om de efficiëntie te verhogen en het verbruik te controleren. De vergoedingen voor dergelijk centraal gebruik waren een frequent onderwerp van ambtelijke correspondentie. De centralisatie van middelen paste binnen de politiek van de bezetter om meer controle te krijgen op de Nederlandse infrastructuur en logistiek. "Ir. IJpema" was waarschijnlijk een functionaris betrokken bij de logistieke planning of het beheer van rijkswagens.