Archief 745
Inventaris 745-344
Pagina 314
Dossier 4
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.

30 januari 1941. Van: De Wethouder voor de Financiën (W. Rustige).

Origineel

Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 30 januari 1941. De Wethouder voor de Financiën (W. Rustige). [Handgeschreven linksboven:] No OA/2/10 M. 1941 5/2
[Handgeschreven rechtsboven:] Markten

GEMEENTE AMSTERDAM

No. 1583/23.5 Fin. 1940.
[Handgeschreven:] 162 Fin. 1941

Amsterdam, 30 Januari 1941.

MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.

Onder verwijzing naar het besluit van Burgemeester en Wethouders van 18 Januari 1941 No. 1583/23.5 Fin. 1940, deel ik U mede, dat ten aanzien van de administratieve behandeling van de loonbelasting door diensten en bedrijven de volgende regelen behooren te worden inachtgenomen:

1o takken van dienst in den zin van art. 252 der Gemeentewet en instellingen van weldadigheid.

[Handgeschreven in de kantlijn:] financiën

De door de takken van dienst genoemd in hoofdstuk XIII der gemeentebegrooting en instellingen van weldadigheid in te houden loonbelasting behoort te worden verantwoord op een in de rekening, respectievelijk onder de baten en de ontvangsten op te nemen post "In te houden en te ontvangen loonbelasting ingevolge het besluit op de loonbelasting 1940".

De af te dragen loonbelasting behoort te komen ten laste van een respectievelijk onder de lasten en onder de uitgaven op te nemen post "Af te dragen loonbelasting ingevolge het besluit op de loonbelasting 1940".

2o Overige afdeelingen, diensten en instellingen.

De ingehouden loonbelasting behoort te worden verantwoord op volgn. 20 der Gemeenterekening "In te houden en te ontvangen loonbelasting ingevolge het besluit op de loonbelasting 1940".

De afgedragen loonbelasting behoort in uitgaaf te worden gesteld op volgn. 717 der Gemeenterekening "Af te dragen loonbelasting ingevolge het besluit op de loonbelasting 1940".

De bovengenoemde posten zullen te zijner tijd aan de bedrijfsbegrootingen en de gemeentebegrooting worden toegevoegd.

De verplichtingen welke ingevolge het besluit op de loonbelasting 1940 op den werkgever rusten zooals afdracht van ingehouden belasting (art. 18), aangifte van uitbetaalde loonen en van ingehouden en afgedragen belasting (art. 19) enz. behooren door de hoofden van afdeelingen, diensten, bedrijven en instellingen, ieder voor zooveel hem aangaat, te worden nagekomen. De werkzaamheden die uit bedoelde verplichtingen voortvloeien vormen dus een deel van de loonadministratie die bij de betrokken afdeelingen, diensten, bedrijven en instellingen wordt gevoerd.

Loonbelasting van betaalbaar gestelde loonen welke aan het einde van de maand waarover zij loopen nog niet zijn uitbetaald, wordt afgedragen uiterlijk op den tienden dag van de maand volgende op die waarin de werkelijke uitbetaling van het loon heeft plaats gehad.

Ik moge U hierbij uitnoodigen van het vorenstaande mededeeling te willen doen aan de onder U ressorteerende hoofden van afdeelingen, bedrijven, diensten en instellingen.

De Wethouder voor de Financiën,
(get.) RUSTIGE.

Aan
den Heer Wethouder
[Handgeschreven:] voor de Levensmiddelenvoorziening Dit document is een interne instructie van de Amsterdamse wethouder van Financiën aan zijn collega van de Levensmiddelenvoorziening. Het doel is de uniformering van de boekhoudkundige verwerking van de loonbelasting binnen de verschillende gemeentelijke diensten.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen commerciële/zelfstandige takken van dienst (zoals nutsbedrijven of markten) en de reguliere gemeentelijke afdelingen. Voor beide categorieën worden specifieke postnamen en volgnummers voor de gemeenterekening voorgeschreven. Tevens wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de diensthoofden voor de tijdige aangifte en afdracht, waarbij de loonbelasting een integraal onderdeel wordt van de decentrale administratie. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1940 voerden de bezettingsautoriteiten het 'Besluit op de Loonbelasting 1940' in. Dit was een ingrijpende wijziging in het Nederlandse belastingstelsel: de tot dan toe geldende inkomstenbelasting op lonen werd vervangen door een bronheffing, waarbij de werkgever verantwoordelijk werd voor de inhouding en afdracht.

Deze maatregel was gemodelleerd naar Duits voorbeeld (Lohnsteuer) en was bedoeld om de belastinginning efficiënter te maken en de inkomsten voor de schatkist te versnellen. De Amsterdamse ambtenarij moest op zeer korte termijn haar complexe administratie aanpassen aan deze nieuwe systematiek. De ondertekenaar, dr. W. Rustige, bleef als wethouder in functie tijdens het begin van de bezettingstijd. De geadresseerde 'Wethouder voor de Levensmiddelenvoorziening' was in die tijd een cruciale post vanwege de toenemende schaarste en rantsoenering.

Samenvatting

Dit document is een interne instructie van de Amsterdamse wethouder van Financiën aan zijn collega van de Levensmiddelenvoorziening. Het doel is de uniformering van de boekhoudkundige verwerking van de loonbelasting binnen de verschillende gemeentelijke diensten.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen commerciële/zelfstandige takken van dienst (zoals nutsbedrijven of markten) en de reguliere gemeentelijke afdelingen. Voor beide categorieën worden specifieke postnamen en volgnummers voor de gemeenterekening voorgeschreven. Tevens wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de diensthoofden voor de tijdige aangifte en afdracht, waarbij de loonbelasting een integraal onderdeel wordt van de decentrale administratie.

Historische Context

Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1940 voerden de bezettingsautoriteiten het 'Besluit op de Loonbelasting 1940' in. Dit was een ingrijpende wijziging in het Nederlandse belastingstelsel: de tot dan toe geldende inkomstenbelasting op lonen werd vervangen door een bronheffing, waarbij de werkgever verantwoordelijk werd voor de inhouding en afdracht.

Deze maatregel was gemodelleerd naar Duits voorbeeld (Lohnsteuer) en was bedoeld om de belastinginning efficiënter te maken en de inkomsten voor de schatkist te versnellen. De Amsterdamse ambtenarij moest op zeer korte termijn haar complexe administratie aanpassen aan deze nieuwe systematiek. De ondertekenaar, dr. W. Rustige, bleef als wethouder in functie tijdens het begin van de bezettingstijd. De geadresseerde 'Wethouder voor de Levensmiddelenvoorziening' was in die tijd een cruciale post vanwege de toenemende schaarste en rantsoenering.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Uilenburg 184.375
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................... Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................... Uilenburg 159.300
Aal en paling ....................................... Uilenburg 19.336
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg 66 *a)*
Aankoop kisten Uilenburg
Aantal vaartuigen Uilenburg 88
Aantal vaartuigen ........................ Uilenburg 73
W. Fruithof Uilenburg + 44
W. Fruithof Uilenburg 521
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg 71
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg
Afschrijving Dubieuze Debiteuren Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg 02
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschr., overeenk. met de verpl. aflossing op leeningen... Uilenburg 36
A. Geboorte Uilenburg 58
A. Cuypstraat Waterlooplein 19.343
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.995 / 14.067
Albert Cuypstraat (Marktmeester) Waterlooplein *19343*
Andijker blauwen Uilenburg 11216
J. Zand Uilenburg 1770
M. Wittenge Uilenburg 18.40
C.M. Koelhuis Uilenburg 05
Bezittingen vormende het vaste kapitaal ¹) Uilenburg
Bezittingen vormende het vaste kapitaal ¹) ................. Uilenburg 78
Bieten - gekookt Uilenburg
Bijdrage aan het Pensioenfonds Uilenburg 38
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6