Ambtsbericht/Circulaire.
Origineel
Ambtsbericht/Circulaire. 30 april 1941. De Directeur der Gemeentebelastingen Amsterdam. Heeren Hoofden van Diensten, Bedryven en Administratiën (Amsterdam). [Links boven, paars stempel en handgeschreven:]
Nº 8A/2/15 M.1941 3/5
[Midden boven:]
Loonbelasting X.
[Rechts boven, handgeschreven:]
th Müller [?]
Amsterdam, 30 April 1941
De Inspectie der Ryksbelastingen deelt my mede, dat het bedrag, hetwelk ingevolge het Besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam van 10 April 1941, in zake Maatregelen te nemen jegens ambtenaren, werklieden en arbeidscontractanten, in verband met hun houding ten opzichte van de staking op 25 en/of 26 Februari 1941, als straf op het salaris of loon wordt gekort, voor de berekening der Loonbelasting, niet van het salaris of loon mag worden afgetrokken.
D e D i r e c t e u r
der Gemeentebelastingen,
[Handtekening:]
A. Tubbes [?]
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedryven en Administratiën
(278) Dit document is een administratieve instructie met een zwaar bestraffend karakter, gericht aan de hoofden van de Amsterdamse gemeentelijke diensten. De kernboodschap is dat de geldboetes die aan gemeenteambtenaren zijn opgelegd wegens deelname aan de Februaristaking van 1941, niet fiscaal aftrekbaar zijn.
Dit betekent dat de loonbelasting wordt berekend over het volledige bruto salaris, voordat de strafkorting wordt ingehouden. De stakers werden hierdoor dubbel getroffen: enerzijds door een directe korting op hun inkomen als strafmaatregel, en anderzijds doordat zij belasting moesten betalen over geld dat zij door diezelfde strafmaatregel nooit hebben ontvangen. De nadruk op het woord "niet" onderstreept de onverbiddelijkheid van deze maatregel.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("hetwelk", "in zake"), wat contrasteert met de harde realiteit van de repressie die het beschrijft. De achtergrond van dit document is de Februaristaking van 25 en 26 februari 1941. Dit was een massale proteststaking in Nederland tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter, de enige in zijn soort in bezet Europa.
De reactie van de nazi-bezetter was meedogenloos. Amsterdam kreeg een enorme boete opgelegd, de burgemeester en wethouders werden vervangen door pro-Duitse functionarissen (zoals de in de tekst genoemde 'Regeeringscommissaris' Edward Völter), en individuele stakers werden zwaar gestraft.
Veel ambtenaren die aan de staking hadden deelgenomen, kregen te maken met ontslag of loonsverlaging. Dit document illustreert hoe de administratieve en fiscale bureaucratie werd ingezet als instrument voor deze politieke repressie. Het laat zien dat zelfs maanden na de staking (april 1941) de financiële vervolging van de deelnemers nog in volle gang was. A. Tubbes
Samenvatting
Dit document is een administratieve instructie met een zwaar bestraffend karakter, gericht aan de hoofden van de Amsterdamse gemeentelijke diensten. De kernboodschap is dat de geldboetes die aan gemeenteambtenaren zijn opgelegd wegens deelname aan de Februaristaking van 1941, niet fiscaal aftrekbaar zijn.
Dit betekent dat de loonbelasting wordt berekend over het volledige bruto salaris, voordat de strafkorting wordt ingehouden. De stakers werden hierdoor dubbel getroffen: enerzijds door een directe korting op hun inkomen als strafmaatregel, en anderzijds doordat zij belasting moesten betalen over geld dat zij door diezelfde strafmaatregel nooit hebben ontvangen. De nadruk op het woord "niet" onderstreept de onverbiddelijkheid van deze maatregel.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("hetwelk", "in zake"), wat contrasteert met de harde realiteit van de repressie die het beschrijft.
Historische Context
De achtergrond van dit document is de Februaristaking van 25 en 26 februari 1941. Dit was een massale proteststaking in Nederland tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter, de enige in zijn soort in bezet Europa.
De reactie van de nazi-bezetter was meedogenloos. Amsterdam kreeg een enorme boete opgelegd, de burgemeester en wethouders werden vervangen door pro-Duitse functionarissen (zoals de in de tekst genoemde 'Regeeringscommissaris' Edward Völter), en individuele stakers werden zwaar gestraft.
Veel ambtenaren die aan de staking hadden deelgenomen, kregen te maken met ontslag of loonsverlaging. Dit document illustreert hoe de administratieve en fiscale bureaucratie werd ingezet als instrument voor deze politieke repressie. Het laat zien dat zelfs maanden na de staking (april 1941) de financiële vervolging van de deelnemers nog in volle gang was.