Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief. 25 oktober 1941. Een ongenoemde directeur (kenmerk 8A/3/6 M). [Handgeschreven in blauw potlood bovenaan:]
Verzonden 24/10
den Heer Directeur der
Afdeeling Arbeidszaken,
Raadhuis,
Amsterdam-Centrum.
8A/3/6 M 25 October 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18nOctober jl. no.
58/18 A.V. heb ik de eer U te berichten, dat by myn dienst
geen personen werkzaam zyn, welke recht hebben op kinderbyslag
krachtens de bepalingen der Kinderbyslagwet.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele ontkenning dat er bij de betreffende dienst medewerkers werkzaam zijn die aanspraak maken op kinderbijslag volgens de toen geldende wetgeving.
* Taal en spelling: Er is sprake van typisch ambtelijk taalgebruik uit die tijd ("heb ik de eer U te berichten"). Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (by, myn, zyn, kinderbyslag), wat vaker voorkwam in getypte correspondentie ter besparing van aanslagen of uit stijl-overweging. In de tekst staat een duidelijke typefout: "18nOctober" (waarschijnlijk bedoeld als 18 October).
* Administratieve sporen: De blauwe potloodaantekening "Verzonden 24/10" suggereert dat de brief feitelijk een dag eerder is verzonden dan de getypte datum van 25 oktober aangeeft, of dat de administratieve verwerking op die dag plaatsvond. * Historische context: Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een routineuze administratieve mededeling lijkt, vond deze correspondentie plaats in een periode waarin de bezetter de controle op het Nederlandse overheidsapparaat en de sociale voorzieningen strak aanhaalde.
* Wetgeving: De Kinderbijslagwet (KBW) was destijds een relatief nieuwe sociale voorziening in Nederland. De eerste wet trad in werking op 23 december 1939 en de feitelijke uitvoering voor loontrekkenden begon op 1 januari 1941. Overheidsinstanties waren in deze periode druk bezig met het in kaart brengen van de rechthebbenden binnen hun eigen personeelsbestanden.
* Lokale context: De brief is gericht aan de Afdeling Arbeidszaken in het Amsterdamse Raadhuis (het huidige Paleis op de Dam was destijds niet in gebruik als stadhuis; de diensten zaten verspreid over diverse locaties zoals aan de Oudezijds Voorburgwal). Dit was de centrale plek voor de personeelsadministratie van de gemeente Amsterdam. Gemeente Amsterdam Stadhuis
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele ontkenning dat er bij de betreffende dienst medewerkers werkzaam zijn die aanspraak maken op kinderbijslag volgens de toen geldende wetgeving.
- Taal en spelling: Er is sprake van typisch ambtelijk taalgebruik uit die tijd ("heb ik de eer U te berichten"). Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (by, myn, zyn, kinderbyslag), wat vaker voorkwam in getypte correspondentie ter besparing van aanslagen of uit stijl-overweging. In de tekst staat een duidelijke typefout: "18nOctober" (waarschijnlijk bedoeld als 18 October).
- Administratieve sporen: De blauwe potloodaantekening "Verzonden 24/10" suggereert dat de brief feitelijk een dag eerder is verzonden dan de getypte datum van 25 oktober aangeeft, of dat de administratieve verwerking op die dag plaatsvond.
Historische Context
- Historische context: Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een routineuze administratieve mededeling lijkt, vond deze correspondentie plaats in een periode waarin de bezetter de controle op het Nederlandse overheidsapparaat en de sociale voorzieningen strak aanhaalde.
- Wetgeving: De Kinderbijslagwet (KBW) was destijds een relatief nieuwe sociale voorziening in Nederland. De eerste wet trad in werking op 23 december 1939 en de feitelijke uitvoering voor loontrekkenden begon op 1 januari 1941. Overheidsinstanties waren in deze periode druk bezig met het in kaart brengen van de rechthebbenden binnen hun eigen personeelsbestanden.
- Lokale context: De brief is gericht aan de Afdeling Arbeidszaken in het Amsterdamse Raadhuis (het huidige Paleis op de Dam was destijds niet in gebruik als stadhuis; de diensten zaten verspreid over diverse locaties zoals aan de Oudezijds Voorburgwal). Dit was de centrale plek voor de personeelsadministratie van de gemeente Amsterdam.