Archiefdocument
Origineel
geen bezwaren.
M.H.A. Ros. Het gezin bestaat uit man (29 jaar) en vrouw. De man leerde het schoenmakersvak doch is vanaf zyn jeugd in den bloemenhandel. Aangezien zyn linkerbeen verlamd is, kan hy beter een standplaats innemen dan langs de straat venten. Als schoenmaker is in het geheel niets van hem te verwachten. M.i. is het gewenscht de vergunning voorloopig niet in te trekken en in Mei a.s. dit geval nog eens te bezien.
L. Kopee. Het gezin bestaat uit man (30 jaar), vrouw en 2 kinderen. De man, die niet geheel volwaardig moet worden geacht, is vanaf zyn jeugd in den handel. Sedert April 1938 geniet het gezin steun- Veel andere mogelykheden om in eigen onderhoud te voorzien dan op de markt heeft de man hier niet; by dit werk kan de vrouw nog byspringen- M.i. is het wenschelyk de vergunning voorloopig niet in te trekken en in Mei a.s. deze zaak nog eens te bezien.
De Directeur voor Maatschappelyken Steun,
w.g. Keulemans.
--- Dit document bevat de beoordeling van twee individuele gevallen door de Directeur voor Maatschappelijke Steun. De kern van de rapportage draait om de vraag of bepaalde handelsvergunningen (voor standplaatsen op de markt of straathandel) behouden moeten blijven als middel om volledige afhankelijkheid van de staatssteun te voorkomen.
- Casus M.H.A. Ros: Een 29-jarige man met een fysieke beperking (verlamd linkerbeen). Hoewel opgeleid als schoenmaker, is hij ongeschikt voor dat vak en voor ambulante straathandel (venten). De aanbeveling is om zijn vaste standplaatsvergunning te behouden, zodat hij enig inkomen kan genereren.
- Casus L. Kopee: Een 30-jarige man met twee kinderen, die als "niet geheel volwaardig" (destijds een gangbare term voor een lichamelijke of verstandelijke beperking) wordt beschreven. Hij ontvangt sinds 1938 steun. Omdat marktwerk de enige reële optie is voor inkomen en zijn vrouw hierbij kan helpen, wordt ook hier geadviseerd de vergunning vooralsnog niet in te trekken.
In beide gevallen wordt geadviseerd om de situatie in mei opnieuw te evalueren ("nog eens te bezien").
--- Het document geeft een inkijkje in het sociaal beleid van een grote Nederlandse gemeente (mogelijk Amsterdam of Rotterdam) aan het eind van de jaren 1930. In deze periode van economische malaise en opbouw van de sociale zekerheid probeerde de overheid mensen zoveel mogelijk te stimuleren om (gedeeltelijk) in hun eigen levensonderhoud te voorzien via kleinschalige handel.
De spelling (zoals "zyn", "mogelykheden", "maatschappelyken") is kenmerkend voor de periode vóór de spellingshervorming van Marchant (1934/1947). De term "Maatschappelyken Steun" verwijst naar de voorloper van de latere bijstand. Ambtenaren hadden destijds een grote mate van discretionaire bevoegdheid om te oordelen over de "volwaardigheid" en de economische perspectieven van steuntrekkers. De naam "Keulemans" verwijst zeer waarschijnlijk naar een specifieke directeur van een gemeentelijke sociale dienst uit die tijd. L. Kopee M.H.A. Ros