Archiefdocument
Origineel
5 Juli 1939 A. N. Prins (Secretaris), Wijttenbachstraat 61 (Oost) AMSTERDAM, 5 Juli 1939
Gem. Giro M 3850
No. bijlage II
Onderwerp:
Wijz. Marktbep.
Dit heeft dat ten gevolge, wat zij zich met moeite des winters gegaard
hebben des zomers moeten inboeten.
Dit langer gestand te doen zou een onbillijkheid jegens dezen groep
zijn. Ons inziens zou dit euvel worden verholpen door den tijdsduur
van zes maanden voor het openhouden der plaats tot vier in te krimpen
waardoor eenigzins aan deze mistoestand een wijziging wordt gebracht.
Mocht echter door bedoelden marktkoopman op langer dan vier maanden
gesteund te worden prijs worden gesteld, en gaat dat tijdvak niet de
zes maanden te boven, aan zulk een koopman een voorkeurskaart te ver-
schaffen op den markt (en) waar deze voor dien zijn vaste plaats(en)
had.
Dit zal dan ook het z.g. versjaggeren der plaatsen aan derde op den
markt ten goede komen, omdat zulke feiten helaas dagelijks op de
markten plaats vinden, zonder dat daarin door Uw Dienst door het be-
wijzen daarvan, opgetreden kan worden.
Wij meenen dan ook, door deze toelichting, de billijkheid van ons ge-
daan verzoek voldoende gemotiveerd te hebben en dringen dan ook op
een spoedige oplossing in deze aan.
Namens het Bestuur
(handtekening: A. Prins)
SECR. In deze brief verzoekt de Marktkoopliedenvereniging aan een gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Marktdienst van Amsterdam) om de marktreglementen aan te passen. De kern van het betoog is dat kooplieden die in de winter met moeite hun standplaats aanhouden, hun verdiensten in de zomer weer kwijtraken door de huidige regels.
De vereniging stelt voor om de verplichte termijn voor het aanhouden van een vaste plaats te verkorten van zes naar vier maanden. Voor degenen die tussen de vier en zes maanden willen blijven, wordt een "voorkeurskaart" voorgesteld. Hiermee wil men het "versjaggeren" (het onofficieel doorverkopen of verhandelen van staanplaatsen aan derden) tegengaan, een praktijk die volgens de vereniging dagelijks voorkomt maar waar de overheid momenteel moeilijk tegen kan optreden. Het document dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische nasleep van de crisis in de jaren '30 was nog voelbaar, wat de nadruk op de moeilijke wintermaanden verklaart. De vereniging zetelt in de Wijttenbachstraat in Amsterdam-Oost, vlakbij de Dappermarkt, wat suggereert dat de problematiek specifiek betrekking heeft op de grote Amsterdamse dagmarkten.
De term "versjaggeren" is typerend voor het Amsterdamse markt-jargon (afgeleid van het Jiddische 'sjacheren'), wat wijst op een informele handel in publieke standplaatsen die de vereniging probeert te reguleren ten gunste van de gevestigde kooplieden.