Archiefdocument
Origineel
5 Maart 1941 Onbekend (waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke marktdienst, gezien de context) D/HG.
Extra
G0/10/1 M.
n diverse
5 Maart 1941.
den Heer Directeur
der Gemeentebelastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
Refereerende aan ons telefonisch onderhoud van 3
Maart jl. heb ik de eer U in bijlage dezes een staat te doen
toekomen, houdende een omschrijving van de belastingen, welke
bij de onder mijn beheer staande takken van dienst te weten:
Dienst van het Marktwezen; Bedrijf van de Vischmarkt en het
Bedrijf van de Centrale Markt, worden geheven.
De vraag is thans bij mij gerezen of deze belasting-
heffingen vallen onder 2e van artikel 1 van het nieuwe be-
sluit op de Omzetbelasting 1940 namelijk of hier sprake is
van diensten, welke hier te lande door ondernemers binnen
het kader van hun onderneming worden verricht.
Ik verzoek U beleefd mij hieromtrent Uw oordeel te
doen kennen, meer in het bijzonder over de vraag of van boven-
bedoelde heffingen aangifte moet worden gedaan.
Ten aanzien van de Vischmarkt deel ik U nog mede,
dat dit bedrijf krachtens de "Vischregeling" der Omzetbelas-
ting voor wat de op den afslag aangevoerde en verkochte visch
betreft, als fabrikant wordt aangemerkt waarom aan dit Be-
drijf derhalve reeds een aanslagbillet over de maanden Janu-
ari en Februari 1941 werd uitgereikt. Over de opbrengst van
de bovengenoemde aanvoeren is de Vischmarkt 2 1/4 % omzetbelas-
ting verschuldigd. Daar de omzetbelasting niet afzonderlijk
mag worden berekend, wordt aan koopers van de op den afslag
geveilde visch onder de benaming "administratiekosten" een
bedrag geheven ter dekking van de omzetbelasting. Ook over
deze verhooging (administratiekosten) moet volgens de opvat-
ting van den Inspecteur omzetbelasting worden berekend. De
heffing, genoemd onder punt 7 van den bijgevoegden staat,
wordt geheven van de aanvoerders der visch op den afslag en
wordt afgetrokken van het bedrag der hun toekomende besomming. * Kernproblematiek: De briefschrijver vraagt om opheldering over de status van diverse gemeentelijke marktgelden en heffingen in het licht van het nieuwe Besluit op de Omzetbelasting 1940. Er is onduidelijkheid of deze heffingen fiscaal als "diensten door ondernemers" moeten worden beschouwd.
* Vischmarkt als 'Fabrikant': Een opmerkelijk juridisch detail is dat de Vischmarkt (waarschijnlijk de visafslag van Amsterdam) voor de wet als 'fabrikant' wordt aangemerkt. Dit heeft directe gevolgen voor de belastingplicht.
* Fiscale Techniek: Er wordt beschreven hoe de omzetbelasting (2,25%) wordt verrekend. Omdat het niet apart vermeld mag worden op de factuur/rekening, wordt het verhuld onder de post "administratiekosten". De fiscus eist echter dat ook over die extra "administratiekosten" weer omzetbelasting wordt betaald (belasting op belasting).
* Terminologie: Het woord "besomming" wordt gebruikt voor de bruto-opbrengst van de verkochte vis waar de heffingen van worden afgetrokken. Dit document stamt uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. Op 1 januari 1941 trad het Besluit op de Omzetbelasting 1940 in werking, een ingrijpende wijziging van het Nederlandse belastingstelsel naar Duits model (de voorloper van de huidige BTW).
De brief illustreert de administratieve chaos en de zoektocht naar interpretatie van deze nieuwe wetgeving binnen de gemeentelijke organen van Amsterdam. Terwijl de oorlog gaande was, bleef de bureaucratische machine doordraaien, waarbij ambtenaren probeerden de nieuwe fiscale regels toe te passen op eeuwenoude instituten zoals de markten en visafslagen. De handgeschreven notitie "Extra" duidt waarschijnlijk op een spoedbehandeling of een afwijkende administratieve route binnen het stadhuis.