Ambtelijke brief/concept (handschrift).
Origineel
Ambtelijke brief/concept (handschrift). 7 april 1941. De Directeur van de Gemeentelijke Dienst der Reiniging (G.D.R.), afdeling Gemeentereiniging. Inspectie der Omzetbelasting. A'dam, 7/4 1941
Aan de Inspectie der Omzetbelasting
9/4/41 [onleesbaar monogram]
De Directeur van den G. D. R. Afd. Gemeentereiniging brengt onder mijn aandacht, dat ingevolge Besluit op de Omzetbelasting 1940, brandstoffen, die bestemd zijn voor o.a. industrieele doeleinden, kunnen worden uitgeslagen met 2 1/2 % omzetbelasting. In verband hiermede breng ik het volgende ter uwer kennis.
Voor mijn dienst worden gebruikt:
A. Industrienootjes en B. Breeckcokes.
ad. A. Industrienootjes worden gebruikt voor de levering van stoom voor het koelhuis en de bijhoorende bedrijfsruimten op de Centrale Markt t.w. de machinekamer, werkplaats, schaftlokalen en kantoren. Verder worden deze kolen gebruikt voor de verwarming van de Hal op de C. M. met bijbehoorende verblijfruimten, kantoren en cantines en voor de werkplaatsen en droogkamers van de centrale werkplaats van de sigarenindustrie.
ad. B. Breeckcokes worden gebruikt voor verwarming van de kantoren van den Dienst van het Marktwezen en voor eenige kantoorruimten, waar werkzaamheden worden verricht, welke in direct verband staan met de [onderkant pagina: ...bij die markt behoorende.] * Taal en spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare formele spelling (bijv. "industrieele", "bijhoorende", "den Dienst").
* Inhoud: De brief dient als bewijsvoering of informatieverstrekking aan de belastingdienst om aan te tonen dat de verbruikte brandstoffen (kolen en cokes) voor industriële doeleinden worden gebruikt. Hierdoor kan aanspraak worden gemaakt op een lager belastingtarief van 2,5% conform het Besluit op de Omzetbelasting 1940.
* Gebruikslocaties: De brandstoffen worden voornamelijk ingezet op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. Interessant is de vermelding van de "centrale werkplaats van de sigarenindustrie", wat duidt op de diversiteit aan bedrijvigheid op of nabij het marktterrein. Dit document stamt uit de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland (april 1941). Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke administratie en de belastinginning volgens de bestaande en nieuwe regels doorgaan. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd een cruciaal knooppunt vormden voor de voedselvoorziening en logistiek in de stad. De G.D.R. (Gemeentelijke Dienst der Reiniging) had destijds een breed takenpakket dat nauw verbonden was met het beheer van dergelijke grote gemeentelijke locaties.