Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 3 april 1941. Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL), Amsterdam. Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd met gemeentewapen van Amsterdam]
Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening
Van Reigersbergenstraat 2, Amsterdam (West)
Afdeeling :
CENTRALE BOEKHOUDING
Verzoeke bij beantwoording het nummer
van dezen brief en de Afd. te vermelden
Aan :
den Dienst van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM
Nr: 4106/40/CDL. Datum: 3 April 1941
[Aantekening in rechterbovenhoek, deels handgeschreven potlood/pen: K / M. Ryken?]
[Centraal gestempelde/handgeschreven markering in paarse inkt: No 10/13/1 M.1941 4/4]
Door dezen heb ik de eer U te berichten, dat, in analogie met het bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 Maart 1936, No.32/1 Fin.1936, bepaalde, de door den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening in 1940 gemaakte netto-winst naar rato van het bedrag van de aan verschillende gemeentediensten gedane leveringen zal worden verdeeld.
Het Uw dienst toekomende bedrag ad
f 94,--
zal zoo spoedig mogelijk op Uw rekening bij het Girokantoor der Gemeente Amsterdam worden overgeschreven.
**De Directeur,**
[handgeschreven handtekening in rode inkt: G. ter Steege]
**wnd.**
C.D.L. 114 10.000-6-'40 [handgeschreven: 60] De brief is een zakelijke mededeling betreffende de financiële afwikkeling van het boekjaar 1940. De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL) keert een deel van zijn gemaakte nettowinst uit aan de Dienst van het Marktwezen. Deze uitkering is gebaseerd op een verdeelsleutel die in 1936 door het college van B&W is vastgesteld: de winst wordt naar rato verdeeld over de diensten die in dat jaar leveringen hebben afgenomen van de CDL. Het gaat in dit geval om een bedrag van 94 gulden. Opvallend is dat de brief is ondertekend door een waarnemend ("wnd.") directeur. Het document stamt uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening was in deze periode van vitaal belang voor de stad Amsterdam, aangezien zij verantwoordelijk was voor de inkoop en distributie van voedsel en het beheer van het distributiestelsel (bonkaarten). De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie en de onderlinge verrekeningen tussen diensten, gebaseerd op vooroorlogse regelingen, ook onder de bezetting gecontinueerd werden. Het adres van de ontvanger, de Jan van Galenstraat, is de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam.