Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 35
Dossier 4
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/circulaire van de Gemeente Amsterdam.

15 april 1941. Van: De Wethouder voor de Financiën (J.A. Rusting). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, enz.

Origineel

Officiële brief/circulaire van de Gemeente Amsterdam. 15 april 1941. De Wethouder voor de Financiën (J.A. Rusting). De Wethouder voor de Levensmiddelen, enz. [Stempel linksboven:] Nº 360 [Handgeschreven:] L.M. 1941 16/4
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
GEMEENTE AMSTERDAM

AMSTERDAM, 15 April 1941.

AFD. Fin.
No. 703/20.3 1941
BIJLAGEN
[Stempel:] Nº 10/14/1 M.1941 17/4

[Kader tekst:] MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] mr/dir M.Meller [gevolgd door een onleesbaar paraaf of getal, mogelijk '40']

Bij raadsbesluit van 21 Juli 1938 (Gem.blad 1938, afd.3, volgnr. 97) zijn de verordeningen regelende het comptabel beheer bij de onderscheidene gemeentelijke takken van dienst, zooals deze zijn vastgesteld bij raadsbesluiten van 2 Maart 1932 (Gem. blad 1932 afd.3 Nos.19 en 54) van kracht verklaard tot 1 Juli 1941, zoodat derhalve binnenkort opnieuw een besluit tot verlenging van den geldigheidsduur dezer verordeningen moet worden genomen.

Tengevolge van het opnemen van nieuwe posten in de begrooting en wijzigingen in de taak der verschillende afdeelingen, is de in de verordening ex art. 122 Gemeentewet opgenomen Staat niet meer met den bestaanden toestand in overeenstemming, waarom het mij wenschelijk schijnt de noodzakelijk geworden veranderingen gelijktijdig bij het besluit tot verlenging van den geldigheidsduur der Verordeningen te regelen. In verband hiermede doe ik U hiernevens een uittreksel uit gemelden Staat toekomen, met verzoek mij vóór 1 Mei a.s. te willen mededeelen, of en zoo ja welke aanvullingen of wijzigingen, voorzoover betrekking hebbende op de onder U ressorteerende afdeelingen, diensten of bedrijven volgens Uw meening daarin moeten worden aangebracht.

[Handgeschreven:] Br. [mogelijk 'Bureau']
De Wethouder voor de Financiën,
[Signatuur:] Rusting

Aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, enz.

[Onderaan links:] Model G.A. 7 25.000-3-'40
[Handgeschreven rechtsonder:] 60 Dit document is een ambtelijke mededeling binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam. De strekking is administratief-technisch: de bestaande regelgeving voor het financiële beheer (het "comptabel beheer") van de verschillende gemeentediensten loopt af op 1 juli 1941.

De Wethouder van Financiën (Rusting) wijst erop dat de huidige lijst ("Staat") van posten en taken, zoals voorgeschreven door artikel 122 van de Gemeentewet, verouderd is door nieuwe begrotingsposten en organisatorische wijzigingen. Hij verzoekt zijn collega van de afdeling Levensmiddelen om vóór 1 mei 1941 aan te geven welke aanpassingen nodig zijn voor diens specifieke afdelingen. Het doel is om de verlenging van de verordening en de noodzakelijke wijzigingen in één raadsbesluit samen te voegen.

De tekst is gesteld in het destijds gebruikelijke formele Nederlands (met de "genitief-n" en spellingen als "zooals" en "begrooting"). Het document dateert van 15 april 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een routineuze, ambtelijke toon heeft, is de context van de bezetting essentieel:

  1. Bestuurlijke transitie: Kort voor deze brief, in maart 1941 (na de Februaristaking), hadden de Duitse bezetters de democratisch gekozen gemeenteraad van Amsterdam ontbonden. Hoewel er in de brief nog wordt gesproken over een "raadsbesluit", lag de macht feitelijk bij de door de bezetter aangestelde regeringscommissarissen of de pro-Duitse burgemeester. De "Wethouders" fungeerden in deze periode meer als administratieve hoofden onder Duits toezicht.
  2. J.A. Rusting: Jan Rusting was de wethouder van Financiën. Hij bleef tijdens de bezetting aan in een ambtelijke of door de bezetter goedgekeurde rol.
  3. Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze afdeling was tijdens de oorlog van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste, distributie en de invoering van het bonnensysteem. De handgeschreven notitie "Marktw." (Marktwezen) rechtsboven suggereert dat het document specifiek werd doorgeleid naar de onderafdeling die de markten beheerde.
  4. Continuïteit: Het document illustreert hoe de bureaucratische machine van een grote stad als Amsterdam probeerde door te draaien volgens bestaande wetgeving (zoals de Gemeentewet), zelfs onder een bezettingsregime.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke mededeling binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam. De strekking is administratief-technisch: de bestaande regelgeving voor het financiële beheer (het "comptabel beheer") van de verschillende gemeentediensten loopt af op 1 juli 1941.

De Wethouder van Financiën (Rusting) wijst erop dat de huidige lijst ("Staat") van posten en taken, zoals voorgeschreven door artikel 122 van de Gemeentewet, verouderd is door nieuwe begrotingsposten en organisatorische wijzigingen. Hij verzoekt zijn collega van de afdeling Levensmiddelen om vóór 1 mei 1941 aan te geven welke aanpassingen nodig zijn voor diens specifieke afdelingen. Het doel is om de verlenging van de verordening en de noodzakelijke wijzigingen in één raadsbesluit samen te voegen.

De tekst is gesteld in het destijds gebruikelijke formele Nederlands (met de "genitief-n" en spellingen als "zooals" en "begrooting").

Historische Context

Het document dateert van 15 april 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een routineuze, ambtelijke toon heeft, is de context van de bezetting essentieel:

  1. Bestuurlijke transitie: Kort voor deze brief, in maart 1941 (na de Februaristaking), hadden de Duitse bezetters de democratisch gekozen gemeenteraad van Amsterdam ontbonden. Hoewel er in de brief nog wordt gesproken over een "raadsbesluit", lag de macht feitelijk bij de door de bezetter aangestelde regeringscommissarissen of de pro-Duitse burgemeester. De "Wethouders" fungeerden in deze periode meer als administratieve hoofden onder Duits toezicht.
  2. J.A. Rusting: Jan Rusting was de wethouder van Financiën. Hij bleef tijdens de bezetting aan in een ambtelijke of door de bezetter goedgekeurde rol.
  3. Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze afdeling was tijdens de oorlog van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste, distributie en de invoering van het bonnensysteem. De handgeschreven notitie "Marktw." (Marktwezen) rechtsboven suggereert dat het document specifiek werd doorgeleid naar de onderafdeling die de markten beheerde.
  4. Continuïteit: Het document illustreert hoe de bureaucratische machine van een grote stad als Amsterdam probeerde door te draaien volgens bestaande wetgeving (zoals de Gemeentewet), zelfs onder een bezettingsregime.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1