Archiefdocument
Origineel
Niet expliciet vermeld (vermoedelijk medio 20e eeuw, ca. 1930-1950, op basis van spelling en typografie). [Rechtsboven:] Blad 6.
8. a. Onderzoekt het publiek de waren voordat het koopt? ............................
b. Waarop let het publiek dan speciaal? ............................
[Handgeschreven:] Prijs, hoeveelheid, kwaliteit.
(nagaan voor de verschillende artikelen) ............................
[Handgeschreven:] Wat kwaliteit betreft, letten zij dan vooral op: verschheid, gaafheid, kleur, uiterlijk voorkomen, enz.?
c. Kan men op deze wijze de kwaliteit beoordeelen of heeft dit onderzoek geen zin? ............................
[Handgeschreven:] Ja. Heeft het publiek warenkennis? Is er in de warenkennis van het publiek vooruitgang (verbetering) te constateeren?
9. a. Zijn Uw artikelen goedkooper dan in den winkel? ............................
b. Zoo ja, waardoor? ............................
c. Komt het publiek nog om andere redenen op de markt dan om de lagere prijzen? ............................
(De enquêteur moet de volgende mogelijkheden pas noemen wanneer de koopman geantwoord heeft. - Het eerste antwoord van den koopman onderstrepen.)
[Handgeschreven in linkermarge:] nee, ongedwongen
1. om beter te kunnen uitzoeken dan in den winkel; ............................
[Handgeschreven:] meer keus (door meer concurrentie)
2. of om "koopjes" te halen; ............................
[Handgeschreven:] of meer keuze. Gezelligheid.
3. of om bij het niet sluiten van den koop gemakkelijk te kunnen doorloopen; ............................
[Handgeschreven:] naar een ander op de markt te gaan
4. om te kunnen afdingen. ............................
[Handgeschreven:] 5. Worden veel van Uw artikelen geruild?
10. a. Welk deel van den prijs tracht het publiek maximaal af te dingen? ............................
b. Is het publiek bij het onderhandelen redelijk? ............................
[Handgeschreven:] Worden er wel goederen van den stal ontvreemd.
c. Acht U vaste prijzen een voordeel of nadeel? ............................
[Handgeschreven:] d. Verkoopt U uitsluitend voor vaste prijzen, of overweegt U dat en waarom?
11. a. Hoe trekt U de aandacht van het publiek? (Eerst antwoord van koopman afwachten, dan vragen.) ............................
1. gebruikt U reclameborden? ............................ Dit document is een pagina uit een gestructureerde enquête gericht aan marktkooplieden. Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van consumentengedrag op de markt in vergelijking met fysieke winkels.
Belangrijke thema's in de vragenlijst zijn:
* Kwaliteitsperceptie: Hoe beoordeelt de klant producten (versheid, uiterlijk)?
* Prijs en Onderhandeling: De rol van afdingen en het verschil in prijsniveau met winkels.
* Beleving: De markt als sociale plek ("gezelligheid", "ongedwongen").
* Winkelinrichting: Het gebruik van reclameborden en de overgang naar vaste prijzen.
De handgeschreven aantekeningen wijzen erop dat de enquêteur tijdens het afnemen van de vragenlijst extra diepgang zocht of dat de vragenlijst gedurende het proces werd verfijnd met nieuwe onderzoeksvragen (zoals die over diefstal bij de kraam of het ruilen van artikelen). De vragenlijst stamt uit een periode waarin de traditionele markt een sterke concurrentiestrijd voerde met opkomende moderne detailhandel. De spelling (zoals "den winkel", "zoo", "constateeren") en de focus op "warenkennis" bij het publiek suggereren een tijdsbeeld waarin de consument nog zeer kritisch en fysiek producten inspecteerde.
Dergelijke sociaal-economische onderzoeken werden vaak uitgevoerd door gemeentelijke instanties of handelsverenigingen om de economische vitaliteit van markten te begrijpen en te reguleren. Het document biedt een unieke inkijk in de psychologie van de naoorlogse (of vooroorlogse) handel in Nederland.