Ambtelijk advies / Concept-besluit (mogelijk van een marktcommissie).
Origineel
Ambtelijk advies / Concept-besluit (mogelijk van een marktcommissie). Mei - juni 1940 (gebaseerd op de dateringen onderaan). [1] Nu in de laatst gehouden marktcommissie
[2] vergadering overeengekomen is dat het tijd-
[3] vak dat een marktkoopman steun mag ge-
[4] nieten alvorens hij [doorgehaald: verplicht?] zal worden voor-
[5] gesteld zijn plaats in te trekken, terug
[6] te brengen van zes op vier maanden, acht
[7] ik het onjuist om de kooplieden die
[8] thans reeds langer dan zes maanden
[9] steun genieten, nog uitstel te verleenen.
[10] Ik geef U dan ook in overweging
[11] den Wethouder te adviseeren om het voor-
[12] stel van M. Br. [doorgehaald: in overweging dit af te wijzen van het uitstel te machtigen] af te wijzen. [doorgehaald: en den heer ---]
[13] [doorgehaald: de te machtigen ---]
[14] [doorgehaald: plaats ---]
[15] [Handtekening/Paraaf, doorgehaald]
[16] behalve voor die kooplieden
[17] 1) P. J. Olsson, werkzaam in Duitschland;
[18] 2) B. H. J. van Scherpenzeel, in werkverschaffing;
[19] 3) H. Pieler, in werkverschaffing.
[20] 4) A. Barmhartigheid, in werkverschaffing.
Onderaan het document (ondersteboven geschreven):
[21] G. Winnubst 10/5 1940
[22] de Vos 18/5 1940
[23] v Kan 18/5 1940
[24] Hoekstra 23/5 1940
[25] Goedel 11/6 1940 Het document betreft een beleidswijziging aangaande de sociale ondersteuning van marktkooplieden. De kern van het voorstel is een verkorting van de termijn waarop men aanspraak kan maken op 'steun' (financiële hulp of standplaatsbehoud bij ziekte/gebrek) van zes naar vier maanden. De schrijver adviseert de wethouder om een specifiek verzoek (mogelijk van een bond of individu 'M. Br.') tot uitstel af te wijzen.
Er wordt echter een expliciete uitzondering gemaakt voor vier met name genoemde personen die buiten hun schuld of wegens tewerkstelling elders niet op de markt kunnen staan:
* Eén persoon werkt in Duitsland (mogelijk (vrijwillige) arbeidsinzet vlak voor of tijdens het begin van de bezetting).
* Drie personen bevinden zich in de 'werkverschaffing' (projecten voor werklozen, typerend voor de crisisjaren en de vroege oorlogsjaren).
De doorhalingen in de tekst duiden op een conceptfase waarin de formulering van het advies aan de Wethouder werd aangescherpt. De datering onderaan het document is historisch zeer significant. De data lopen van 10 mei 1940 (de dag van de Duitse inval in Nederland) tot 11 juni 1940. Dit wijst erop dat de ambtelijke molen in steden als Amsterdam (gezien de namen en het onderwerp 'marktwezen') doordraaide tijdens de capitulatie en de eerste weken van de bezetting.
De term 'werkverschaffing' duidt op de voortzetting van het vooroorlogse sociaal beleid onder de nieuwe omstandigheden. De vermelding van P.J. Olsson als "werkzaam in Duitschland" is interessant; dit kan duiden op grensoverschrijdende arbeid die reeds voor de invasie was gestart of direct daarna werd gereguleerd. De namen Winnubst, de Vos, v. Kan, Hoekstra en Goedel zijn waarschijnlijk die van commissieleden of hogere ambtenaren die het stuk ter visie hebben gehad.