Administratieve registratiekaart / Oproepkaart.
Origineel
Administratieve registratiekaart / Oproepkaart. Naam v. d. opgeroepene W. J. v. Komen. Alb. Cuypstr.
Opgeroepen op Woensdag 12 Maart tusschen 9.30 en 11.-
of op Vrijdag 14 Maart tusschen 9 en 10
Artikel 11/2c datum van ingang 25 Aug '40 / 25 Dec. '40).
Gesproken met ................................................................................................................
Opgekomen ........................................................................................................................
Aanteekeningen ..................................................................................................................
......................................................................................................................................................
......................................................................................................................................................
Opmerkingen betrokkene aan oproeping geen
gevolg gegeven
Advies m.i. intrekken
______________
19-3-41
delta [mogelijk een paraaf of code]
Accoord, De Directeur,
[Handtekening] Deze kaart documenteert een officiële oproep voor de heer W. J. v. Komen in maart 1941. Uit de tekst blijkt dat hij op twee momenten (12 en 14 maart) werd verwacht, maar dat hij "geen gevolg" heeft gegeven aan deze oproep. Hij is dus niet komen opdagen.
Opvallend is de vermelding van "Artikel 11/2c". In de context van die tijd verwees dit vaak naar specifieke bepalingen in de werkloosheidswetgeving of tewerkstellingsbesluiten. De data 25 augustus en 25 december 1940 suggereren een eerdere periode van inschrijving of een lopende status.
Ondanks het feit dat de betrokkene niet verscheen, luidt het ambtelijk advies "m.i. intrekken" (mijns inziens intrekken). Dit betekent dat de ambtenaar adviseert om de oproep of de eventuele sanctie te annuleren. De directeur is hier op 19 maart 1941 mee akkoord gegaan. Het document dateert uit de eerste fase van de Duitse bezetting van Nederland (voorjaar 1941). In deze periode werden werklozen en later ook andere burgers via de Gewestelijke Arbeidsbureaus opgeroepen voor werkverruiming of tewerkstelling.
Hoewel de dwang in 1941 nog niet zo extreem was als later in de oorlog (bij de grootschalige Arbeitseinsatz), was het negeren van een oproep een daad die administratieve gevolgen kon hebben, zoals het stopzetten van een uitkering. De opmerking "intrekken" kan duiden op een gegronde reden die later bekend werd, of een administratieve beslissing om de zaak niet verder te vervolgen. De locatie Albert Cuypstraat plaatst de betrokkene in de Amsterdamse wijk De Pijp.