Getypt vragenformulier (enquête).
Origineel
Getypt vragenformulier (enquête). Blad 8.
-
i. Zoo ja, in welk opzicht (meer
of minder afdingen, meer of
minder zorgvuldig onderzoe-
ken der waren, meer of min-
der lang verblijven op de
markt, meer of minder stelen
van koopwaren.) ?
.................................j. Hoe verklaart U de zooeven be-
sproken verschillen met het
Amsterdamsche publiek?
.................................
- Worden er wel goederen uit Uw
kraam verduisterd (gestolen)?
.................................
-
a. Onderzoekt het publiek de wa-
ren voordat het koopt?
.................................b. Let het publiek meer op den
prijs, of de hoeveelheid of
op de kwaliteit?
.................................c. Wat kwaliteit betreft, op wel-
ke eigenschappen der waren
let het publiek? (Gaafheid,
kleur, glans en verschheid
bij fruit; weeffouten en ste-
vigheid bij textielgoederen;
kleur der kieuwen bij visch;
kleur van asch en dekblad bij
sigaren.)
.................................d. Kan men op deze wijze de kwa-
liteit beoordeelen of heeft
dit onderzoek geen zin?
.................................
e. Heeft het publiek warenkennis?
.................................
f. Is deze warenkennis toe- of af-
genomen gedurende de laatste
jaren?
.................................
g. Zoo ja, waarom?
.................................
-
a. Zijn Uw artikelen goedkooper
dan in den winkel?
.................................b. Zoo ja, waardoor?
.................................c. Komt het publiek nog om andere
redenen op de markt dan om
de lagere prijzen?
.................................
(De enquêteur moet de volgende
mogelijkheden pas noemen wanneer
de koopman geantwoord heeft. -
Het eerste antwoord van den koop-
man onderstrepen.) * Doel van het document: Dit formulier dient als leidraad voor een enquêteur die marktkooplieden interviewt. Het doel is om inzicht te krijgen in de sociaal-economische dynamiek van de markt.
* Inhoudelijke focus: De vragen richten zich op de interactie tussen koper en verkoper. Belangrijke thema's zijn:
* Consumentenpsychologie: Hoe beoordeelt de klant de waar? Is er sprake van afdingen?
* Criminaliteit: De vraag over het "verduisteren" van goederen wijst op de problematiek van winkeldiefstal op de markt.
* Productkennis: De enquêteur vraagt specifiek naar de "warenkennis" van het publiek, met interessante voorbeelden uit de tijd (zoals de kleur van de kieuwen bij vis of de as van sigaren).
* Concurrentie: De vergelijking tussen de markt en de fysieke winkel ("in den winkel").
* Methodiek: De instructie onderaan pagina 14c is interessant voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek: de enquêteur mag geen suggesties doen totdat de geïnterviewde zelf heeft geantwoord, om beïnvloeding te voorkomen. Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '20 of '30 van de 20e eeuw, gezien de gehanteerde spelling (Spelling-Marchant werd pas in 1934 beperkt en in 1947 officieel ingevoerd). De verwijzing naar het "Amsterdamsche publiek" suggereert dat dit onderzoek ofwel in Amsterdam plaatsvond, of elders werd uitgevoerd met Amsterdam als referentiekader. In deze periode was de markt een cruciaal distributiekanaal voor voedsel en textiel voor de arbeidersklasse. Het document biedt een unieke blik op de toenmalige opvattingen over kwaliteit en de verhouding tussen de ambulante handel en de vaste winkelstand. De gedetailleerde voorbeelden bij vraag 13c (vis, textiel, sigaren, fruit) weerspiegelen het typische assortiment van een toenmalige markt.