Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 307
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijk schrijven.

29 mei 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of een afdeling van Economische Zaken). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijk schrijven. 29 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of een afdeling van Economische Zaken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). HG.

18/4/16 M.
1

29 Mei 1941.

Standplaatsen in de omgeving
van de Camperstraat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 23 April jl. om advies ontvangen stuk no.5/84 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant indertijd behoorde tot degenen, die regelmatig clandestien een standplaats in de omgeving van de Camperstraat plachten in te nemen. Hij is echter, blijkens een dezerzijds ingesteld onderzoek, geruimen tijd afwezig geweest, zoodat hij, tijdens de door mijn dienst ingestelde enquêtes naar het aantal venters, dat in de omgeving van de Camperstraat placht te venten en dat, in opdracht van Uw Ambtsvoorganger (vide hier-omtrent de notulen van de 81ste vergadering van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen), voor standplaatsen in aanmerking zou kunnen komen, niet werd aangetroffen, hoewel deze enquêtes, zulks in tegenstelling met de bewering van adressant, over geheele dagen zijn gehouden. Sedert enkele weken pleegt adressant weder in de omgeving van de Camperstraat te venten, vermoedelijk omdat hem ter oore is gekomen, dat er standplaatsen in deze buurt worden uitgereikt. In de directe omgeving van de Camperstraat is echter geen enkele plaats meer voor hem beschikbaar, zoodat aan zijn verzoek niet kan worden voldaan.

Mijnerzijds zou er geen bezwaar tegen bestaan, wanneer aan adressant een standplaats op het Beukenplein, welk plein vrij dicht bij de Camperstraat is gelegen en waar naar mijn meening nog voldoende plaats beschikbaar is, zou worden gegeven; ik geef U beleefd in overweging hieromtrent het advies in te winnen van den Hoofdcommissaris van Politie.

De Directeur, In deze brief adviseert een gemeentelijk directeur de wethouder over het verzoek van een straatverkoper (adressant) voor een vaste standplaats. De kernpunten zijn:

  1. Historiek van de verkoper: De man verkocht voorheen illegaal ("clandestien") goederen bij de Camperstraat.
  2. Gemiste kans: De gemeente heeft een onderzoek (enquête) uitgevoerd om illegale verkopers te reguleren en vaste plaatsen toe te wijzen. De man was tijdens dit onderzoek echter lange tijd afwezig en werd daarom niet opgenomen in de regeling, ondanks zijn eigen bewering dat hij er wel was.
  3. Huidige situatie: Nu er officieel plaatsen worden uitgegeven, is de man teruggekeerd, maar de beschikbare plekken bij de Camperstraat zijn inmiddels vergeven.
  4. Alternatief: De directeur stelt voor hem een plek te geven op het nabijgelegen Beukenplein, mits de Hoofdcommissaris van Politie hiermee instemt.

De toon is strikt zakelijk en ambtelijk, waarbij de betrouwbaarheid van de verzoeker ("in tegenstelling met de bewering van adressant") subtiel in twijfel wordt getrokken op basis van ambtelijke observaties. De brief dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van levensmiddelen steeds strakker gereguleerd door de overheid. Straathandel was een belangrijk maar vaak ongecontroleerd onderdeel van de voedselvoorziening. De gemeente Amsterdam probeerde deze "clandestiene" handel te normaliseren door middel van vergunningen en vaste standplaatsen.

De genoemde locaties, de Camperstraat en het Beukenplein, liggen in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt waar veel straathandel plaatsvond. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van toezicht op de voedselverkoop tijdens de oorlogsjaren, waarbij men probeerde de zwarte markt en ongecontroleerde verkoop in te dammen. Tevens laat het document zien hoe de bureaucratie bleef functioneren onder de nieuwe machtsverhoudingen van de bezetting.

Samenvatting

In deze brief adviseert een gemeentelijk directeur de wethouder over het verzoek van een straatverkoper (adressant) voor een vaste standplaats. De kernpunten zijn:

  1. Historiek van de verkoper: De man verkocht voorheen illegaal ("clandestien") goederen bij de Camperstraat.
  2. Gemiste kans: De gemeente heeft een onderzoek (enquête) uitgevoerd om illegale verkopers te reguleren en vaste plaatsen toe te wijzen. De man was tijdens dit onderzoek echter lange tijd afwezig en werd daarom niet opgenomen in de regeling, ondanks zijn eigen bewering dat hij er wel was.
  3. Huidige situatie: Nu er officieel plaatsen worden uitgegeven, is de man teruggekeerd, maar de beschikbare plekken bij de Camperstraat zijn inmiddels vergeven.
  4. Alternatief: De directeur stelt voor hem een plek te geven op het nabijgelegen Beukenplein, mits de Hoofdcommissaris van Politie hiermee instemt.

De toon is strikt zakelijk en ambtelijk, waarbij de betrouwbaarheid van de verzoeker ("in tegenstelling met de bewering van adressant") subtiel in twijfel wordt getrokken op basis van ambtelijke observaties.

Historische Context

De brief dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van levensmiddelen steeds strakker gereguleerd door de overheid. Straathandel was een belangrijk maar vaak ongecontroleerd onderdeel van de voedselvoorziening. De gemeente Amsterdam probeerde deze "clandestiene" handel te normaliseren door middel van vergunningen en vaste standplaatsen.

De genoemde locaties, de Camperstraat en het Beukenplein, liggen in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt waar veel straathandel plaatsvond. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van toezicht op de voedselverkoop tijdens de oorlogsjaren, waarbij men probeerde de zwarte markt en ongecontroleerde verkoop in te dammen. Tevens laat het document zien hoe de bureaucratie bleef functioneren onder de nieuwe machtsverhoudingen van de bezetting.

Locaties

Amsterdam (afgeleid van straatnamen Camperstraat en Beukenplein).

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1