Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum. Ongedateerd (vermoedelijk eerste helft 20e eeuw). Secr.
Mevr. v. Eghen Vriens bezet zelf
de plaats op de Lindengrachten wordt
daarbij niet door haar dochter geassis-
teerd (mededeeling Insp.)
Arb. K. (Werkl. verv.) bericht over
H. L. Snuis teleph. het volgende:
De voorletters van den broer
F. H. moeten zijn: M. H. en dat is
vroeger een vaste plaatshouwer van ons
geweest; deze M. H. is niet volwaardig
en heeft daarom zijn plaats destijds
opgegeven. Hij bezet thans echter
wel een losse plaats op de hgrt.
Zijn broer: H. L. Snuis loot dan
voor hem en assisteert hem
ook wel. H. L. Snuis is overigens bij
M. W. onbekend en het betreft
dus hier het bezetten van een
losse plaats.
Een en ander is m. i. dan
ook accoord. D Het document bevat twee afzonderlijke ambtelijke meldingen:
1. Mevr. v. Eghen Vriens: Er is vastgesteld door een inspecteur dat zij persoonlijk haar standplaats aan de Lindengracht inneemt en hierbij geen hulp krijgt van haar dochter. Dit was blijkbaar een punt van administratieve controle (mogelijk i.v.m. de persoonlijke aard van de vergunning).
2. De gebroeders Snuis: Een correctie op de initialen van een broer (niet F.H. maar M.H.). M.H. Snuis was voorheen een vaste standplaatshouder, maar gaf dit op omdat hij "niet volwaardig" is (waarschijnlijk een eufemisme voor een fysieke of mentale beperking). Hij werkt nu op een "losse plaats" (een plek die per dag wordt toegewezen/geloot) op de "hgrt." (waarschijnlijk Houtgracht of Heerengracht). Zijn broer H.L. Snuis helpt hem hierbij en neemt deel aan de verloting van de plekken voor hem. De ambtenaar (ondertekend met 'D') keurt deze situatie goed. Gezien de vernoeming van de "Lindengrachten" (de Lindengracht in Amsterdam werd in 1895 gedempt en is sindsdien een bekende marktlocatie) en de afkorting "M. W." (mogelijk staand voor Marktwezen), betreft dit hoogstwaarschijnlijk een dossier van de Amsterdamse marktenadministratie. De notitie geeft inzicht in het sociale beleid van die tijd, waarbij uitzonderingen of assistentie werden toegestaan voor marktkooplieden die niet volledig zelfstandig konden werken ("niet volwaardig"). De term "looten" verwijst naar het systeem waarbij dagelijks beschikbare marktplaatsen via loting onder gegadigden werden verdeeld.