Afschrift van een ambtelijk advies van de politie.
Origineel
Afschrift van een ambtelijk advies van de politie. 20 juli 1939. No.39/186/1 M.1939. AFSCHRIFT.
No.5/377 L.M.1939
Dict.Ga/Mi.
Lr.S.No.11393/1939.
Dossier U.l.b.
Groep B. Amsterdam, 20 Juli 1939.
Adressant Elias Kool, geboren te Amsterdam, 14 Juli 1895, venter,
wonende Lepelstraat 84 huis, vraagt vergunning tot het innemen van
een vaste standplaats met een handkar, ten verkoop van haring,
zuurwaren, gerookte en gestoomde visch, op den openbaren weg,
op één der navolgende punten:
a. den rijweg van de Eerste Oosterparkstraat, evenwijdig aan en
tegen het verhoogde voetpad voor perceel no.140;
b. den rijweg van de Eerste Oosterparkstraat, evenwijdig aan en
tegen het verhoogde voetpad voor perceel no.173 - niet 137,
zooals in het adres vermeld staat - (beide plaatsen gelegen
nabij den Iepenweg en Camperstraat), om daarvan dagelijks,
met uitzondering van des Zaterdags, tusschen 11 uur des voormiddags
en 2 uur des namiddags, Zaterdags aanvangende te 11 uur des voor-
middags en Zondags aanvangende te 6 uur des namiddags, gebruik te
maken gedurende de tijden, waarop het venten met genoemde artikelen,
volgens de Verordening op de Winkelsluiting, is toegestaan.
In verband met eventueele uitvaardiging van een ventverbod voor de
Camperstraat, den Iepenweg en naaste omgeving en eventueele aan-
wijzing van het Iepenplein tot tijdelijke hulpmarkt (vide de stukken
Lr.S.no.22216/1937 - 1668 A.Z.1937), wordt het dezerzijds ongewenscht
geacht, om voor de grvaagde punten een standplaatsvergunning, als
bedoeld te verleenen.
Daargelaten of andere bedenkingen bestaan, moge ik mitsdien tot
afwijzing van de aanvraag adviseeren.
De Hoofdcommissaris van Politie,
namens dezen de commissaris
van politie, toegevoegd voor
de administratie.
w.g. onleesbaar. * **De Aanvrager:** Elias Kool, een 44-jarige venter wonend in de Lepelstraat (nabij de huidige Waterloopleinbuurt), probeert zijn nering uit te oefenen in de Oosterparkbuurt.
- De Aanvraag: Kool verzoekt om een specifieke plek op de rijweg van de Eerste Oosterparkstraat om haring en vis te verkopen. Hij specificeert twee locaties (voor perceel 140 of 173) en geeft gedetailleerde tijden aan, inclusief de zondagavond.
- Het Advies: De politie adviseert negatief. De hoofdreden hiervoor is niet een gebrek aan vertrouwen in de persoon, maar gemeentelijke planning. Er is sprake van een aanstaand ventverbod in die specifieke straten en het Iepenplein wordt overwogen als 'hulpmarkt' (een tijdelijke marktplaats om de handel te reguleren).
- Formele aspecten: Het document is een 'afschrift' (kopie) van de officiële correspondentie voor het dossier. Opmerkelijk is de correctie van het huisnummer in de aanvraag (173 in plaats van 137). In de tekst staat de typefout "grvaagde" in plaats van "gevraagde". Dit document stamt uit juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en in een tijd van economische spanning. In Amsterdam was de handel op straat streng gereguleerd via de 'Verordening op de Winkelsluiting' en standplaatsvergunningen. De politie speelde een cruciale rol in het reguleren van de openbare orde en de economische activiteit op straat.
De genoemde locaties liggen in de Oosterparkbuurt, een wijk die destijds zeer dichtbevolkt was. De verschuiving van losse straathandel naar georganiseerde (hulp)markten was een bredere trend in het Amsterdamse stadsbeheer van de jaren '30 om de verkeersdoorstroming en de hygiëne te verbeteren. Voor kleine zelfstandigen zoals Elias Kool betekende een afwijzing van een dergelijke vergunning vaak een directe bedreiging voor hun levensonderhoud.