Handgeschreven concept of notitie.
Origineel
Handgeschreven concept of notitie. (11.
~~Uit het bovenstaande blijkt mij...~~
De vraag die m.i. overblijft is,
[de inspanning of] de arbeid
welke onvermijdelijke [uit] ~~aan~~ een consequente
doorvoering van bovenomschreven
maatregelen voortvloeit, opweegt tegen
de enkele denkbare gevallen van
frauduleus in bezit nemen van
een plaats. Dit dient m.i. wel
scherp te worden overwogen. Daarbij
dient dan nog rekening te worden ge-
houden, dat de foto's slechts nut
hebben, ~~in elk geval~~ wanneer de ambte-
naren belast met het toezicht en
de contrôle op de markten,
~~en dit deze dan ook inderdaad~~
geregeld van dit fotomateriaal
gebruik [maken] ~~zullen maken.~~
Amsterdam, febr. 39.
De Inspecteur. In dit schrijven weegt een inspecteur de administratieve lasten af tegen de effectiviteit van een nieuwe maatregel. De kern van het betoog is een kosten-batenanalyse: is de extra arbeid die nodig is voor een "consequente doorvoering" van maatregelen (waarschijnlijk het gebruik van pasfoto's of identiteitsbewijzen voor marktplaten) wel proportioneel ten opzichte van het geringe aantal gevallen van fraude ("de enkele denkbare gevallen").
De schrijver stelt kritische vragen bij de praktische uitvoering. Hij merkt op dat het systeem alleen zin heeft ("slechts nut hebben") als de ambtenaren die op de markten controleren ook daadwerkelijk en consequent gebruikmaken van dit fotomateriaal. De vele doorhalingen laten zien dat de inspecteur zorgvuldig zocht naar de juiste formulering om de bureaucratische efficiëntie in twijfel te trekken. Het document dateert van februari 1939, een periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog waarin de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie en de regulering van de openbare ruimte (zoals markten) steeds verder werden geprofessionaliseerd. Het gebruik van foto's voor identificatie was in die tijd een relatief moderne, maar ook arbeidsintensieve vernieuwing.
De discussie over "frauduleus in bezit nemen van een plaats" wijst op de strikte regulering van marktplaatsen in Amsterdam. Het toont de spanning tussen de wens voor waterdichte controle en de beperkte capaciteit van het uitvoerend apparaat. In de context van de late jaren '30 is dit type verscherpt toezicht en registratie van burgers een voorbode van de steeds verdergaande administratieve grip van de overheid.