Ambtsbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Officiële correspondentie. 28 februari 1939. Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of inspecteur van de marktwezen). (Bovenaan de pagina, handgeschreven:) extra
VP/G.
20/5/2 M
28 Februari 1939.
Onregelmatigheden by het
bezetten van marktplaatsen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van den met Uw missive d.d. 20 Januari jl. (No. 89 L.M.1939) om advies ontvangen brief van Uw Ambtgenoot voor de Arbeidszaken d.d. 10 Januari jl. (No. 19/3 A.V.) heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de in laatstgenoemden brief vermelde feiten, waaromtrent ik had verzocht op de hoogte te worden gesteld, een nauwkeurig onderzoek deed instellen. Daarby is het navolgende gebleken:
I. Geval B.M. Ledegang:
Ledegang voornoemd liet zich op 19 October 1932 inschryven op de sollicitantenlyst voor de markt Lindengracht. Hiermede gaf hy te kennen, dat hy als gegadigde voor een vaste plaats op de bedoelde markt wenschte te worden aangemerkt. De inschryving beteekende echter geenszins, dat hem ook een plaats op de markt werd verleend: dit zou eerst het geval zyn, wanneer alle personen, die zich eerder dan Ledegang lieten inschryven in de gelegenheid waren gesteld om een vaste plaats te aanvaarden, aangezien de toewyzing der plaatsen in de volgorde van inschryving op de sollicitantenlyst geschiedt.
Totdat by Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 24 Juli 1936 (No. 330 L.M.1936) het Reglement op de Markten onder andere ook met nadere bepalingen hieromtrent werd aangevuld, was de gang van zaken na de inschryving aldus, dat de sollicitanten niets anders hadden te doen dan Dit document is een ambtelijk verslag over een onderzoek naar vermeende onregelmatigheden bij de uitgifte van marktplaatsen in Amsterdam. De tekst focust op de procedurele gang van zaken rondom de sollicitantenlijst voor de markt aan de Lindengracht.
De kern van de zaak in dit fragment is het verschil tussen een inschrijving op de wachtlijst en het daadwerkelijke recht op een standplaats. De schrijver legt uit dat B.M. Ledegang sinds 1932 op de lijst stond, maar dat dit geen direct recht gaf op een plek, omdat de volgorde van inschrijving strikt gehanteerd werd. Ook wordt er verwezen naar een wijziging in het Marktreglement in 1936, wat suggereert dat de regels voorheen wellicht minder duidelijk of anders georganiseerd waren.
Opvallend is het taalgebruik: het document hanteert de spelling van vóór de grote spellingwijzigingen (zoals 'inschryven' met een 'y' in plaats van 'ij', en 'den' als verbuiging). In de jaren dertig, de periode van de Grote Depressie, was een standplaats op de markt een belangrijke bron van inkomen voor velen die elders geen werk konden vinden. Vanwege de grote vraag en het beperkte aantal plaatsen waren de wachtlijsten lang, wat leidde tot klachten over vriendjespolitiek of onregelmatigheden.
De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In Amsterdam was dit in 1939 de bekende SDAP-politicus Florentinus Marinus (Floor) Wibaut of zijn opvolger (omstreeks deze tijd was de organisatie van de voedselvoorziening en markten een cruciale gemeentelijke taak). De referentie naar de "Lindengracht" plaatst de gebeurtenissen in de Jordaan, een buurt waar de markt een centrale rol speelde in het dagelijks leven en de lokale economie. Het document illustreert de bureaucratische controle die de gemeente probeerde uit te oefenen op de informele economie van de straathandel.