Ambbtelijke brief / adviesnota
Origineel
Ambbtelijke brief / adviesnota 30 oktober 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare Amsterdamse gemeentelijke instantie) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam [Rechtsboven handgeschreven:] ter. Fr. de Boer.
[Midden boven:] VP/HG. extra.
20/7/5 M.
n 2
30 October 1939.
Verzoek van A. Polak en van
I.M. Polak om vergunning tot het
bakken van patates-frites op
markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 13
dezer om advies ontvangen stukken no. 110/24 I.M. 1939 heb ik
de eer U te berichten, dat dezerzijds geen bezwaar bestaat,
wanneer aan A. Polak thans ook voor de markt Albert Cuypstraat
definitieve toestemming wordt verleend tot het bakken van
patates-frites, onder de voorwaarden omschreven in de zich
onder de stukken bevindende vergunning d.d. 13 Maart jl. Ge-
durende de zes maanden, dat hem bij wijze van proef werd
toegestaan om patates-frites op de markt Albert Cuypstraat te
bakken, heeft dit niet tot moeilijkheden aanleiding gegeven.
Wat het verzoek betreft om ook aan I.M. Polak een
soortgelijke vergunning te verleenen, heb ik de eer U te be-
richten, dat daartegen, voor wat de markten Mosplein en Water-
looplein betreft geen bezwaar bestaat, mits ook het toestel
van dezen vergunninghouder voldoet aan de daaraan door de
Brandweer te stellen eischen.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging omtrent
het laatstbedoelde verzoek het advies te vragen van Uw Ambtge-
noot voor de Brandweer.
De Directeur,
--- In deze brief adviseert de directeur (waarschijnlijk van de Marktdienst) de Wethouder voor Levensmiddelen positief over twee vergunningsaanvragen voor het verkopen van frites op Amsterdamse markten:
- A. Polak: Deze aanvrager had al een proefvergunning van zes maanden voor de Albert Cuypmarkt. Omdat dit zonder problemen is verlopen, wordt geadviseerd deze om te zetten in een definitieve vergunning.
- I.M. Polak: Voor deze aanvrager wordt geadviseerd akkoord te gaan met nieuwe standplaatsen op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en het Waterlooplein. Hierbij wordt wel de nadrukkelijke voorwaarde gesteld dat de baktoestellen moeten voldoen aan brandveiligheidseisen, waarvoor advies bij de brandweer moet worden ingewonnen.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging").
--- Dit document stamt uit oktober 1939, een roerige tijd vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het biedt een interessant kijkje in de regulering van de Amsterdamse straathandel in die tijd.
- Opkomst van de frites: Patates-frites was in die jaren in Nederland in opkomst als populair straatvoedsel. De gemeente moest hier beleid op maken, waarbij brandveiligheid (vanwege de grote pannen met heet vet op drukke markten) een primair aandachtspunt was.
- Locaties: De genoemde locaties (Albert Cuyp, Mosplein en Waterlooplein) zijn iconische Amsterdamse markten. Het Waterlooplein lag in het hart van de Jodenbuurt.
- De familie Polak: De namen A. Polak en I.M. Polak zijn veelvoorkomende Joodse namen in het vooroorlogse Amsterdam. Gezien de datum (eind 1939) en de locatie (Waterlooplein), is het zeer waarschijnlijk dat het hier om Joodse marktkooplieden gaat. Slechts een jaar later, onder de Duitse bezetting, zouden dergelijke vergunningen voor Joodse ondernemers stelselmatig worden ingetrokken. Dit document legt dus een moment van 'normaal' economisch leven vast vlak voordat de oorlog dit zou vernietigen.