Vergunning (Besluit van Burgemeester en Wethouders).
Origineel
Vergunning (Besluit van Burgemeester en Wethouders). 1939 (dossierkenmerk); 5 januari 1940 (datum van uitgifte). [Stempels en handgeschreven aantekeningen bovenin:]
Model 10
Nº 110/24 L.M. 1939 5/40
Nº 20/7/6 M. [doorgestreept met rood potlood]
No. 50/335 A.Z. 1939 / 4478 Br.
[Stempel links:] Gezien [handgeschreven:] Visser / deVisser
[Handgeschreven rechtsboven:] Markten
Uitgereikt: - 5 JAN. 1940
[Handgeschreven aantekening met pijl:] M. de Boer het raadslid... [onleesbaar]
[Logo: Wapen van Amsterdam]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM
[Handgeschreven toevoeging in rode cirkel met pijl naar 'patates-frites':] en oliebollen aanvulling goedgekeurd get. de V. r.b.
Gezien een adres van A. Polak, daarbij namens I. S. Polak vergunning verzoekende tot het bakken van patates-frites op de markten aan het Mosplein en Waterlooplein;
Overwegende, dat het blijkens onderzoek de bedoeling is, op genoemde markten, op een marktkraam een petroleumvergasser op te stellen voor het bakken van patates-frites bestemd voor den verkoop;
Gelet op artikel 265, eerste lid, in verband met artikel 5, eerste lid, der Algemeene Politieverordening van Amsterdam;
Geven I. S. Polak, wonende Raamgracht 25 (Centrum), alhier, te kennen, dat zijn bovenomschreven verzoek wordt toegestaan, onder voorwaarde:
- dat voor kunstverlichting geen gebruik wordt gemaakt van benzine of andere vloeibare brandstoffen met een ontvlammingspunt van 21° C. of lager;
- dat de bakinrichting niet is opgesteld binnen een afstand van 20 m van garages en benzinepompen;
- dat de petroleumvergasser is geplaatst in een metalen bak met opstaande rand van zoodanige hoogte, dat de inhoud van den bak tenminste 3 x zoo groot is als de inhoud van het reservoir van den petroleumvergasser; genoemde bak moet voor 2/3 gedeelte zijn gevuld met droog zand;
- dat het geheel is omgeven door een metalen bescherming van voldoende hoogte;
- dat in de nabijheid van de bakpan steeds een metalen deksel van voldoende grootte aanwezig is, om de pan bij het in brand geraken van den inhoud te kunnen afdekken;
- dat het reservoir geen grooteren inhoud heeft dan 10 liter;
- dat de druk in het reservoir niet meer bedraagt dan 4 kg/cm²;
- dat het reservoir is voorzien van een deugdelijk werkend veiligheidsventiel, dat bij een druk van ten hoogste 4 kg/cm2 in werking treedt;
- dat het reservoir is voorzien van een deugdelijk werkenden manometer;
- dat in de brandstoftoevoerleiding naar den brander, onmiddellijk aan het reservoir, een afsluiter is aangebracht, waardoor de toevoer van petroleum naar den brander kan worden stopgezet;
- dat de onderdeelen der installatie op deugdelijke wijze tegen mechanische beschadiging zijn beschermd;
- dat de petroleumvergasser steeds vakkundig wordt onderhouden en deze niet wordt gebruikt, indien daaraan eenig gebrek is geconstateerd;
- dat de voorraad petroleum niet meer bedraagt dan 10 liter en is geborgen in een goed gesloten, metalen bus;
-
dat het tafelblad en de schragen van de marktkraam deugdelijk aan elkander zijn bevestigd;
-
15 - dat - Dit document is een officiële vergunning verleend door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam aan het einde van 1939. De vergunninghouder, de heer I. S. Polak, krijgt toestemming om op twee prominente Amsterdamse markten (Mosplein in Noord en het Waterlooplein in het Centrum) frites en oliebollen te bakken en te verkopen.
De kern van het document bestaat uit veertien strikte veiligheidsvoorwaarden. Deze voorwaarden weerspiegelen de bezorgdheid van de autoriteiten over het gebruik van "petroleumvergassers" (branders) in een publieke marktomgeving. De eisen variëren van brandpreventie (zandbakken, deksels, afstand tot benzinepompen) tot technische specificaties van de apparatuur (manometers, veiligheidsventielen, maximale druk). Opvallend is de gedetailleerdheid, wat duidt op een streng toezicht op de openbare veiligheid via de Algemeene Politieverordening (APV). Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de kleinschalige handel in Amsterdam aan de vooravond van de oorlog.
De locatie van de aanvrager (Raamgracht 25) en de keuze voor de markt op het Waterlooplein plaatsen dit document in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Gezien de achternaam 'Polak' en de datum van uitgifte (januari 1940), heeft dit document een wrange historische lading; kort na het verlenen van deze vergunning zouden de leef- en werkomstandigheden voor Joodse marktkramers door de bezetter drastisch worden ingeperkt en uiteindelijk onmogelijk worden gemaakt.
Daarnaast is het document interessant vanuit culinair-historisch oogpunt: het illustreert de opkomst en regulering van populaire straatsnacks zoals patates-frites en de seizoensgebonden verkoop van oliebollen (zoals blijkt uit de handgeschreven toevoeging).