Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders. 31 maart 1939. [Links boven, stempel:] Model 10
[Boven midden, paarse stempels:] Nº 235 L.M. 1939 1/4
Nº 20/8/3 M. 1039 1/4
[Daaronder, zwarte stempel:] No. 50/91 A.B.
[Rechts boven, handgeschreven:] Marktw. / 20ca / M/4-139 [?]
[Links boven, stempel:] Gezien / [Handgeschreven:] vLier
[Afbeelding: Wapen van Amsterdam]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM
Gezien een ingekomen ambtsbericht;
Brengen ter kennis van H. J. Ossendorp, wonende Eerste Van Swindenstraat 11 alhier, dat is ingetrokken de hem bij beschikking van 20 Augustus 1937, onder No. 50/294 A.B.-3653 Br. 1937, verleende vergunning op verschillende markten te Amsterdam, met uitzondering van de Maasbroekstraat, een petroleumvergasser te branden voor het bakken van visch, bestemd voor den verkoop.
Amsterdam, 31 Maart 1939. [Datum '31' paars gestempeld]
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
DE VLUGT
De Secretaris,
(get.) VAN LIER
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris
[Handgeschreven handtekening:] Van Lier
Afschrift aan den Hoofdcommissaris van Politie (2 stuks), den Commandant der Brandweer (2 stuks), Levensmiddelen (2 stuks) en den Directeur van den Keuringsdienst van Waren. Dit document is een formele kennisgeving van de intrekking van een marktvergunning. De vergunninghouder, de heer H. J. Ossendorp, mocht voorheen op diverse Amsterdamse markten vis bakken met behulp van een "petroleumvergasser" (een type brander). De intrekking is gebaseerd op een "ambtsbericht", wat suggereert dat er een specifieke aanleiding was (bijvoorbeeld een overtreding van veiligheidsvoorschriften of een wijziging in het marktbeleid). Opvallend is dat de Maasbroekstraat expliciet als uitzondering werd genoemd in de oorspronkelijke vergunning, wat duidt op specifieke lokale restricties voor brandgevaarlijke toestellen. Het document dateert van maart 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen in Amsterdam streng gereguleerd. Willem de Vlugt, wiens naam onder het besluit staat, was burgemeester van Amsterdam van 1921 tot 1941. De distributielijst onderaan (politie, brandweer, keuringsdienst) toont aan dat het bakken van vis op straat een zaak was van openbare orde, brandveiligheid en volksgezondheid. De Eerste Van Swindenstraat, waar de betrokkene woonde, ligt in de Dapperbuurt, een wijk met een sterke markttraditie (Dappermarkt). J. Ossendorp Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie