Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 3 maart 1939. D.J. v. Zetten, woonachtig aan de Passeerderstraat 27 te Amsterdam. No.20/9/1 M. 1939 AFSCHRIFT.
No.110/4 L.M.1939.
Amsterdam, 3 Mrt 1939.
Hoog Edel Gestrenge Heeren.
Ondergeteekende vraagt zeer beleefd een bakvergunning op diverse markten
in Amsterdam. Ik bak wafelen en gebrande pinda op primusstellen en die ver-
bruiken geen benzine maar petroleum. De Primusstellen staan op een ijzeren
plaats met zand, zooals de voorschriften luiden, maar van de marktmeesters
moet ik een bakvergunning kunnen toonen. Een gunstig doch dringend antwoord
tegemoet ziende, noem ik mij,
Hoog Edel Gestrenge Heeren,
w.g. D.J.v.Zetten
Passeerderstraat 27
Amsterdam. Dit document is een officieel afschrift van een verzoekschrift. De kern van de brief is een aanvraag voor een bakvergunning voor de Amsterdamse markten. De aanvrager, D.J. van Zetten, specificeert dat hij wafels en gebrande pinda's wil verkopen.
Opvallend is de nadruk op brandveiligheid in de tekst. Van Zetten benadrukt dat hij "primusstellen" (draagbare kooktoestellen) gebruikt die op petroleum werken in plaats van de gevaarlijkere benzine. Tevens geeft hij aan dat hij voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften door de toestellen op een ijzeren plaat met zand te plaatsen. De noodzaak voor de aanvraag komt voort uit de handhaving door marktmeesters, die een fysiek bewijs van de vergunning eisen. De toon is uiterst hoffelijk en formeel, zoals gebruikelijk in die tijd bij correspondentie met de overheid. De brief dateert uit maart 1939, een periode van economische onzekerheid vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Straathandel was voor velen een belangrijke bron van inkomsten. De Passeerderstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Jordaan, destijds een volkswijk waar veel marktkooplieden vandaan kwamen.
Het gebruik van Primusstellen was in die tijd de standaard voor mobiel koken, maar de regelgeving omtrent open vuur en brandbare stoffen op markten was streng vanwege het brandgevaar in de vaak drukke marktomgevingen. De eis van een ijzeren plaat met zand was een klassieke preventiemaatregel om gemorste brandstof of gloeiende deeltjes op te vangen. Het document illustreert de bureaucratische interactie tussen een kleine zelfstandige en het stedelijk apparaat in het interbellum. D.J. van Zetten