Ambtelijke correspondentie / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Adviesnota. 22 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwesen of een gerelateerde Amsterdamse dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). VD/HG. Extra
20/9/2 M.
1 22 April 1939.
Verzoek van D.J.v.Zetten
om vergunning tot het bak-
ken van wafelen etc. op den Heer Wethouder
de markten. voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
9 Maart jl. om advies ontvangen stuk No.110/4 L.M.1939
heb ik de eer U te berichten, dat adressant verzocht, hem,
met ontheffing van het verbod van artikel 265 lid 1 der
Algemeene Politie Verordening, toe te staan om op een
plaats op de markten Lindengracht en Westerstraat wafelen
te bakken en pinda's te branden.
Mijnerzijds bestaat geen bezwaar, wanneer hem de
gevraagde vergunning wordt verleend. Echter geef ik U
beleefd in overweging terzake eveneens het advies in te
winnen van Uw Ambtgenoot voor de Brandweer.
De Directeur, * **Juridische context:** De aanvraag draait om een ontheffing van de Algemeene Politie Verordening (APV), specifiek artikel 265 lid 1. Dit artikel reguleerde destijds waarschijnlijk het gebruik van vuur of kooktoestellen in de openbare ruimte om brandgevaar en overlast te beperken.
- Locatie: Het verzoek betreft twee zeer bekende Amsterdamse markten in de Jordaan: de Lindengracht en de Westerstraat.
- Activiteit: De aanvrager, D.J. van Zetten, beoogt de verkoop van vers bereide etenswaren ("wafelen bakken" en "pinda's branden"). Dit duidt op kleinschalige straathandel die destijds (en nu nog steeds) een karakteristiek onderdeel van het Amsterdamse marktbeeld vormde.
- Ambtelijke procedure: De directeur geeft een positief advies, maar hanteert een voorbehoud wat betreft de veiligheid. De suggestie om de brandweer te consulteren onderstreept de risico's van open vuur/hittebronnen op een drukke markt. Dit document stamt uit april 1939, een periode van economische spanning en de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Desondanks tonen dergelijke documenten aan dat de reguliere stedelijke bureaucreatie en het marktwezen in Amsterdam onverminderd doorgingen. Het "branden van pinda's" op straat was in de vroege 20e eeuw een veelvoorkomend verschijnsel; de geur van versgebrande pinda's was onlosmakelijk verbonden met het stadsleven. De formele, uiterst beleefde toon ("heb ik de eer U te berichten") is typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De handgeschreven aantekening "Extra" bovenin kan duiden op een prioriteitsstatus of een specifieke archiefcategorie. D.J. van Zetten Marktwezen Politie