Administratief bijblad / intern memorandum van een overheidsinstantie (waarschijnlijk een ministerie of gemeentelijk apparaat, gezien de stempel "Alg. Zaken Model No. 14").
Origineel
Administratief bijblad / intern memorandum van een overheidsinstantie (waarschijnlijk een ministerie of gemeentelijk apparaat, gezien de stempel "Alg. Zaken Model No. 14"). [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/11/1 193 9.
DOORGEZONDEN: 17/3
[Rechtsboven:]
858
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Insp.
Advies s.v.p.
Optreden met art. 31 kan
waarschijnlijk reeds afdoende
zijn?
18-3-’39 [paraf]
WL
[Midden rechts, handgeschreven:]
m.i. kan met art 31 afdoende
worden opgetreden.
Uit een oogpunt van dierenbe-
scherming, meen ik dat de ver-
koop van jonge eendenkuikens en
jonge haantjes op de markten
moet worden verboden.
22-3-’39
de Haan
[Midden links, handgeschreven:]
24/3-’39 [paraf]
[Onderaan, in rode inkt/stempel:]
20/11/2 1
[Linksonder, gedrukte voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een interne correspondentie over de handhaving van regels met betrekking tot dierenwelzijn op markten.
* Kernvraag: Er wordt gevraagd of "artikel 31" (waarschijnlijk van een specifieke politieverordening of wet op de dierenbescherming) voldoende handvaten biedt om op te treden.
* Advies: De inspecteur (de Haan) bevestigt dat artikel 31 volstaat. Hij voegt daar een specifiek beleidsadvies aan toe: de verkoop van jonge eendenkuikens en haantjes op markten zou verboden moeten worden vanuit het oogpunt van dierenbescherming. Dit duidt op een zorg over de behandeling of de impulsaankoop van dit jonge gevogelte.
* Chronologie: Het dossier wordt op 17 maart 1939 doorgezonden. Op 18 maart wordt het advies gevraagd door 'WL'. Op 22 maart reageert de inspecteur. Op 24 maart volgt een definitieve paraaf voor akkoord of archivering. Dit document is opgesteld in maart 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van de Nederlandse bureaucreatie in het interbellum, specifiek op het gebied van marktoezicht en de opkomende aandacht voor dierenrechten. De praktijk om jonge vogels als "speelgoed" of curiositeit op markten te verkopen, werd in die tijd steeds vaker als problematisch gezien door dierenbeschermingsorganisaties en toezichthouders. De verwijzing naar "Alg. Zaken Model No. 14" suggereert een gestandaardiseerde werkwijze voor interne communicatie binnen de overheid. M. No Puls