Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 17 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer I. Italiaander. HG.
den Heer I.Italiaander,
Graaf Florisstraat 7 III,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
25/78/2 M. 17 Juli 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 Juli jl. verleen ik U hierbij gedurende zes weken na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat in te nemen.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw afwe-zigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-doende marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Deze brief is een officiële mededeling aan een marktkoopman, de heer I. Italiaander. In antwoord op zijn verzoek van 2 juli 1941 krijgt hij toestemming om zes weken lang afwezig te zijn van zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De "verplichting om regelmatig de plaats in te nemen" was een standaardvoorschrift om te voorkomen dat marktplaatsen onbenut bleven. De voorwaarde voor dit uitstel is dat het verschuldigde marktgeld (de staanplaatsvergoeding) gedurende deze periode gewoon wekelijks wordt doorbetaald aan de aanwezige marktambtenaar.
Het document is een zakelijke correspondentie, typerend voor de gemeentelijke administratie in die tijd. Het gebruik van "den" en de spelling van "Juli" zijn conform de toenmalige schrijfwijze. De datum van de brief, 17 juli 1941, plaatst dit document in een zeer beladen historische context. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De ontvanger, Isaac Italiaander, was een Joodse marktkoopman.
In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers in Amsterdam steeds strenger. Slechts enkele maanden na deze brief, in september 1941, vaardigde de bezetter een verbod uit voor Joden om op reguliere markten te staan. Zij werden verbannen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten". De Albert Cuypmarkt, waar de heer Italiaander zijn plaats had, was een van de markten waar Joodse kooplieden werden weggewerkt.
De aanvraag voor uitstel van de marktplicht in juli 1941 zou te maken kunnen hebben met de toenemende beperkingen, persoonlijke omstandigheden, of een poging om de zaken te regelen in een onzekere tijd. Uit archiefstukken (zoals het Joods Monument) blijkt dat Isaac Italiaander de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit alledaagse administratieve briefje is daarmee een wrang getuigenis van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden vernietigd. I. Italiaander